Nieuws van Bonaire

Jannet Butter op zondag: Carnaval in september

Foto – Jaap Wiersma

Twee meisjes van een jaar of twaalf staan met elkaar te smoezen. En te giechelen, want dat hoort er natuurlijk bij. Het is vrij druk in de winkel. Eigenlijk belemmeren ze de doorgang. Terwijl dat tegenwoordig al helemaal niet mag. Anderhalve meter is ook hier het devies. Om bij een van de vitrines te komen, moet ik langs de meisjes. Ik kan nog niet vaststellen of ze het over iemand in de winkel hebben of gewoon een ‘meidenitem’ bespreken. Over jongens, make-up of iets anders dat op die leeftijd gefluister rechtvaardigt. Dichterbij gekomen, hoor ik dat het eerste het geval zal zijn.

Het onderwerp van hun gefluister bevindt zich in de winkel. Een oudere vrouw, die appels staat uit te zoeken. Zorgvuldig bekijkt ze de inhoud van het zakje. En telt het aantal , dat ze er ingedaan heeft. Ze lijkt direct uit een toneelstuk te zijn weggelopen. Of ze is alvast verkleed voor een gekostumeerd bal, dat kan ook. Ik passeer de meisjes. ‘Doe het dan, Martine, je bent toch zo stoer,’ zegt haar vriendin. ‘En het is ‘vet’ om het morgen aan Leah en Abigail te vertellen.’ Er moet kennelijk actie ondernomen worden richting de dame. Maar geen van beiden lijkt het te durven. Martine wordt ‘emotioneel gechanteerd’ door haar vriendin. Ze wordt als ‘stoer’ bestempeld. Dat is een niet geringe kwalificatie. Martine aarzelt. ‘Wat moet ik dan zeggen?’ vraagt ze. Zou ze echt willen gaan? Of koopt ze tijd? In de hoop dat de dame vertrekt? Dat kan ook. ‘Nou je gaat naar haar toe,’ zegt de vriendin. ‘En dan vraag je of ze weet dat het carnaval niet komt. En al helemaal niet in september is.’ Zozo… De vriendin weet hoe het moet. Maar het ontbreekt haar aan de benodigde moed. Dus moet haar vriendin erop af.

Martine aarzelt weer. Dan trekt ze de stoute schoenen aan. Haar vriendin trekt zich een stukje terug. Uit de frontlinie, zogezegd. Je weet tenslotte maar nooit. Vanuit haar nieuwe positie is ze zo een gangpad verder. Onzichtbaar en ongrijpbaar in geval van calamiteiten. Martine is inmiddels bij de dame in kwestie aangekomen. En spreekt haar aan. Glimlachend draait de ‘gekostumeerde’ dame zich om. Luistert even en legt dan vertederd haar hand op Martines hoofd. Die vindt Martines vraag komisch, schiet het door mijn hoofd. Of ze is in haar hart net zo’n ondeugd als de twee vriendinnen. Misschien met nog pikanter wapenfeiten op haar kerfstok in haar jonge jaren dan een vraag stellen over iemands outfit. Herkenning van verwante zielen of zoiets. Even later draait Martine zich om. Ze haalt haar schouders op. Ze loopt naar haar vriendin om verslag uit te brengen. Ik haast mij om binnen gehoorsafstand te komen. Mijn oren redden dat makkelijk op anderhalve meter. Dit wil ik niet missen. ‘Ze begreep er geen bal van,’ zegt ze tegen haar vriendin terwijl ze naar de dame wijst. ‘Ze spreekt Frans…..’ Bij de appels wordt vriendelijk naar de meisjes gezwaaid. Ze reageren niet. Ze draaien zich om en blazen de aftocht. Niks ‘vets’ om morgen aan Leah en Abigail te vertellen. Uitgegiecheld en uitgefluisterd. 

Jannet Butter is schrijfster van verhalenbundels over Bonaire: De Knoek heeft duizend ogen, Flamingo’s op brood, De Leguanenvanger en The Ghost of Washikemba.

Verkrijgbaar bij: Addo’s bookstore, The Cadushy Distillery, Delfins Beach Resort Bonaire, MG Bonaire en Van den Tweel Supermarkt.

Deel dit artikel