Politie & Justitie

Veroordeling voor directeur Kadaster Bonaire

  rechtzaal-fort-oranje

Het Gerecht in eerst aanleg te Bonaire heeft vandaag uitspraak gedaan in de zogenoemde Strobloem-zaak. De verdachte R.M.H., directeur van het Kadaster van Bonaire, is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, voor het verduisteren van een diensttelefoon. De rechter wijkt daarmee af van de visie en de eis van het Openbaar Ministerie (OM). Het OM had 9 maanden gevangenisstraf geëist waarvan 3 maanden voorwaardelijk en de maximale werkstraf van 240 uur.
Anders dan het OM is het Gerecht van oordeel dat, buiten de verduistering van de telefoon, de overige tenlastegelegde feiten (het valselijk opmaken van een declaratie van een huurauto en het stelselmatig verduisteren van daggeldvergoedingen) niet bewezen konden worden. Volgens de rechter was voor de valsheid in geschrift onvoldoende wettig bewijs voorhanden, omdat tegenover de ontkennende verklaring van de verdachte slechts één getuigenverklaring stond. Voor wat betreft de verdenking van het verduisteren van daggeldvergoedingen kwam het Gerecht tot het oordeel dat het voor verduistering vereiste opzet niet bewezen kon worden, ook niet in voorwaardelijke vorm. De rechter overwoog dat van zogenaamd vol opzet geen sprake was en dat ook niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de aanmerkelijke kans dat hij voor zijn dienstreizen telkens een hogere daggeldvergoeding genoot dan waarop hij ingevolge de regelgeving recht had, bewust op de koop heeft toegenomen. Integendeel, zo overwoog de rechter, uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt veeleer het beeld naar voren dat de verdachte in dit verband steeds volledig te goeder trouw heeft gehandeld. De verdachte wist niet dat de door hem toegekende daggeldvergoeding voor die dienstreizen (steeds) te hoog was en heeft er al die tijd op vertrouwd dat wat hij in dit verband aan vergoedingen toekende in overeenstemming was met zijn bevoegdheden. Er is volgens de rechter geen enkele aanleiding aan de – op dit punt consistente – verklaringen van de verdachte te twijfelen, nu uit het dossier volgt dat hij niet alleen zichzelf maar ook andere medewerkers van het Kadaster steeds dezelfde (te hoge) daggeldvergoeding toekende, laatstgenoemden evenmin op de hoogte waren van het feit dat dit steeds een te hoog bedrag betrof, zijn handelen bovendien jaar in jaar uit werd goedgekeurd door de Raad van Toezicht en ook geen vragen rezen bij de jaarlijkse controle van de jaarrekeningen. De rechter werd tenslotte nog gesterkt in de overtuiging dat de verdachte in dit verband te goeder trouw heeft gehandeld door het opmerkelijke feit dat de verdachte zichzelf en andere medewerkers structureel een te lage daggeldvergoeding toekende voor dienstreizen met bestemming de Verenigde Staten.
Wel gaf de rechter aan dat de verdachte als directeur van het Kadaster onachtzaam heeft gehandeld door zich al die jaren niet deugdelijk te vergewissen van de van toepassing zijnde regelgeving en daarmee van de grenzen van zijn bevoegdheden, maar dit levert hooguit een vorm van schuld op en geen opzet. Bij de straftoemeting heeft de rechter overwogen dat de verduistering door de verdachte in diens functie als directeur van het Kadaster een kwalijk feit is, met name vanwege de schade die daardoor kan worden toegebracht aan het imago van en het vertrouwen dat de burger stelt in een dergelijke organisatie. De verdachte bekleedt een voorbeeldfunctie van een belangrijk instituut in de kleine Bonairiaanse maatschappij, waarbij integer handelen voorop zou moeten staan. Het wordt de verdachte aangerekend dat hij dit niet heeft gedaan. De rechter heeft verder bij de strafoplegging rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en dat is gebleken dat het omvangrijke en langdurige opsporingsonderzoek de verdachte niet onberoerd heeft gelaten. De door het OM gevorderde ontneming ten bedrage van USD 21.441,28 heeft het Gerecht grotendeels afgewezen vanwege de vrijspraak. De waarde van de verduisterde telefoon moet de verdachte wel terugbetalen aan de Staat.

Deel dit artikel