Nieuws van Bonaire

Bòi Antoin en Cees Luckhardt pareren kritiek op hun ‘Bonaire, de witte hel’

KRALENDIJK – In een levendige discussie via de redactie van Bonaire.nu zijn vragen gerezen over de historische nauwkeurigheid van een recent uitgegeven boek over slavernij: ‘Bonaire, de witte hel’ van de auteurs Bòi Antoin en Cees Luckhardt. Het debat draait voornamelijk om het gebruik van de term ‘zoutslaven’, de interpretatie van de aantallen slaven, en de behandeling van historische bronnen.

Gisele Sint Jago, een docent, jurist, schrijver en oprichter van stichting BEULAH, betoogde op deze nieuwssite dat het artikel in Historiek over het boek van de auteurs onjuistheden en subjectieve visies bevat over de behandeling en leefomstandigheden van Afrikaanse slaven op Bonaire.

Rocargo

Sint Jago richtte haar kritiek op diverse punten: de bewering dat zoutwerkers tot de jaren ’60 van de vorige eeuw geen gereedschap hadden om hun arbeid te verlichten; het aantal tot slaaf gemaakten dat op de zoutpannen van Bonaire heeft gewerkt, volgens Sint Jago waren dit er duizenden, niet honderden; de bagatellisering van de bijdrage van Afrikaanse slaven aan de zoutwinning door hun positie in de groeplijst; het onjuiste vergelijk tussen slaven en dwangarbeiders; en de weergave van de levensomstandigheden en levensverwachting van slaven.

Verder nam ze het artikel op de korrel voor de terminologie, zoals het gebruik van ‘ballast’ om de rol van zout in de 17e-eeuwse economie te beschrijven. Volgens haar was zout een zeer waardevol handelsgoed, zelfs waardevoller dan goud of zilver. Ze betwist ook het minimaliseren van de waarde van zout gezien de intensieve arbeid nodig voor productie.

Ten slotte beweerde Sint Jago dat de persoonlijke verhalen in het artikel mogelijk gekleurd zijn door de auteurs’ eigen opvattingen en culturele achtergrond, wat kan leiden tot onjuiste interpretaties van historische gebeurtenissen. Ze pleitte voor een kritische blik op historische gebeurtenissen en roept op tot het oprichten van een historisch onderzoekscentrum dat wordt beheerd door de nazaten van de Afrikaanse geroofde mensen.

Zoutwerkers

Het woord ‘zoutslaven’ is volgens Antoin en Luckhardt inderdaad onjuist. “Dit had, en zal in een herdruk, gewijzigd worden in ‘zoutwerkers’. Tot twee keer toe is er een abusievelijke verwijzing te lezen over de vorige eeuw en twintigste eeuw, in plaats van de negentiende eeuw.

Sint Jago zegt dat historische bronnen vermelden dat op 1 juli 1863 in totaal 752 slaafgemaakte personen werden geëmancipeerd. Dat is nieuwe informatie voor de auteurs. “We ontvangen graag meer informatie over deze bron die Gisele kent.”

Volgens de bronnen die Antoin en Luckhardt kennen gaat het op Bonaire in totaal om: 758 slaafgemaakten (tabel p. 142 van hun boek) Dit totaal cijfer is inclusief de 607 gouvernementsslaven op Bonaire. 151 slaafgemaakten werden geëmancipeerd/vrijgekocht.

“Dit waren de zogenaamde particulieren slaafgemaakten. Het totaal van 1.412 waarover Gisele spreekt (752 en 660) moet volgens onze bronnen 758 zijn.

Rustplaats

Op het eiland hebben volgens de auteurs inderdaad in de ruim tweehonderd jaar duizenden tot slaafgemaakten op de zoutpannen gewerkt. Maar jaarlijks vond de zoutoogst plaats door ongeveer twee- tot driehonderd slaafgemaakten.

“Een grote vraag die wij aan Jay Haviser en andere experts hebben voorgelegd is dan ook waar al deze duizenden mensen uiteindelijk hun laatste rustplaats kregen. Was dat in een massagraf zoals op Sint Eustatius enkele jaren geleden bleek of was dat anders?”

Bagatelliseren

Het feit dat de paragraaf met de titel: Strafkolonie, integraal is overgenomen door Historiek maakt het volgens de auteurs bijna logisch dat zonder duidelijke context bij Gisele de indruk gewekt lijkt te worden dat zij de bijdrage van de Afrikaanse tot slaafgemaakten bagatelliseren.

“Wij kennen geen bron, zoals Gisele beweert, die meldingen doen van het feit dat de juridische status van een naar Bonaire verbannen persoon een andere is als die van een slaafgemaakte. In de hier door Gisele beschreven tekst wordt uitgegaan van een rechtelijke uitspraak, een veroordeling tot verbanning.”

Dat was volgens Antoin en Luckhardt veelal niet de praktijk. In de ogen van gouverneurs en directeuren werden ‘lastige’ slaafgemaakten en opperhoofden zonder enige vorm van proces ‘verbannen’ en door gouverneurs als Peter Stuyvesant ‘verscheept’ naar Bonaire.

Levensduur

Gisele beweert in haar reactie dat de gemiddelde levensduur van een slaaf op de zoutplantages van Bonaire en Sint-Maarten slechts vier tot zeven jaar was. De auteurs zijn tot op heden geen enkel (DNA) onderzoek of bron tegengekomen waaruit dat blijkt.

“We ontvangen graag die bron om deze te kunnen checken op betrouwbaarheid aangezien onderzoekers als archeoloog Jay Haviser ons nog vorige week te kennen heeft gegeven die informatie niet te kennen omdat tot op heden geen skeletten gevonden zijn van slaafgemaakten die op de Bonairiaanse zoutpannen dwangarbeid verricht hebben.”

Wel zijn de auteurs een wetsartikel tegengekomen, aan het eind van de slavernijperiode, 1857, dat men dit werken op de zoutpannen maximaal voor de duur van acht jaar opgedragen mag krijgen (p.133 in hun boek).  

Het aantal tot slaafgemaakten verdubbelde in twintig jaar inderdaad, zeggen de auteurs. “Wij stellen nergens dat dit dezelfde personen zijn. Sterker nog: in ons boek maken we het feit bekend, net als in onze publicatie van 2012 met behulp van de tabellen op p. 150, dat dit vooral een toename is van het aantal vrouwen en kinderen op het eiland en dat het ons opvalt dat dit na 1816 plaats vindt. Het jaar waarin de slavenhandel (in theorie) is afgeschaft door Nederland.”

Duurder

Zout was volgens de auteurs inderdaad in de Romeinse tijd een handelsgoed, maar nooit duurder dan goud of zilver. Zij baseren zich op Mark Kurlansky in zijn boek: Zout. Een wereldgeschiedenis (1997). 

“Het woord salaris is zelfs afgeleid van het woord sal, maar vooral in de  17e eeuw werd het als ballast meegenomen voor een veilige terugvaart. Het was niet alleen essentieel product voor de voedselbewaring maar ook, en nog belangrijker, een militair strategisch product. In oorlogstijd was het van groot belang om de tegenstander af te snijden van zijn ‘vaste’ zoutleveranciers.”

De auteurs schetsen en geven aan dat Bonaire en eerder Curaçao ingenomen zijn om – na weggedreven te zijn op andere zouthalers plaatsen en gebieden tijdens de Tachtig jarige oorlog – ‘om te hebben een bequaeme plaetse, daar men sout, hout ende anders mocht becomen, ende van de sleve plaetse den viant in Westindien te infesteren.’ (p. 65 in hun boek, bron WIC besluit 6 april 1634).

“Over de diverse industriële processen waar zout tijdens de slavernij werd gebruikt, worden wij graag bijgepraat of ontvangen we graag bronnen aangezien industrialisatie van Nederland volgens onze gegevens na de afschaffing, ongeveer vanaf 1870, pas gaat plaats vinden.”

Ballast

Antoin en Luckhardt onderschrijven de mening van Gisele niet, dat met de term ballast de waarde van zout en vooral de intensieve arbeid geminimaliseerd is.

“Wij spreken over de ‘witte hel’. Helaas is het een historisch gegeven dat zout tijdens de honderden jaren slavernij in de logboeken van schepen niet beschreven werd, maar beschouwd als een van de vele exotisch producten die men ‘gewoon’ en eigenlijk ‘altijd’ meevoer.”

Gekleurd

De auteurs onderschrijven Giseles statement dat ‘persoonlijke verhalen en anekdotes mogelijk gekleurd zijn door de eigen opvattingen en culturele achtergrond van de auteurs, wat inderdaad kan leiden tot een onjuiste interpretatie van de historische gebeurtenissen’.

“Vandaar dat we jarenlang over ons onderzoek hebben gedaan, veel feedback hebben gevraagd van collega’s en elkaar. We geven ruim aandacht aan dit fenomeen in onze uitvoerige drie pagina’s tellende inleiding. Uiteraard zijn we tijdens het schrijven hier steeds op bedacht geweest.”

Brandstapel

Het heeft Antoin en Luckhardt, gezien de door hun geconstateerde en het beschreven historische onjuistheden in het betoog van Gisele, gestoord om in de conclusie van haar betoog te lezen ‘dat het belangrijk is om kritisch te blijven en de gepresenteerde informatie te toetsen aan andere bronnen en historische feiten’.

“Terwijl ons jarenlange met zorg en nauwkeurige bronnencheck geschreven geschiedenisboek, voor Bonaire en haar bewoners, nu door het recenseren van twee pagina’s uit boek op de site van Historiek afgedaan kan en mag worden als enkel geschikt voor de brandstapel. Dit beschadigd niet alleen ons jarenlange reputatie als auteurs maar ook die van onze zeer gerenommeerde uitgeverij.”

Deel dit artikel

Rocargo

Rocargo

Rocargo

Rocargo