Trumpiaanse uithaal naar Selibon: Bestuurscollege Bonaire vecht vooral tegen zichzelf

KRALENDIJK - Het bestuurscollege van Bonaire haalt in een persbericht op vrijdag stevig uit naar vuilverwerker Selibon en – en passant – naar Rijksvertegenwoordiger Jan Helmond. In krachtige bewoordingen stelt het BC dat Selibon uiterlijk 1 september over de nodige vergunningen voor de stortplaats bij Lagoen moet beschikken, anders dreigen bestuurlijke maatregelen.
“Indien SELIBON dat nalaat, zal de directie Toezicht en Handhaving nadere bestuurlijke maatregelen nemen, waarbij niet wordt uitgesloten dat de activiteiten bij de Stortplaats moeten worden stilgelegd,” meldt het persbericht.
Hoewel het BC zich hiermee daadkrachtig lijkt te willen tonen, rijzen er direct een aantal belangrijke vragen. Waar moet het opgehaalde vuilnis na 1 september naartoe, als afstorten bij Lagoen niet meer mag? Op het Wilhelminaplein voor het bestuurskantoor misschien? Of moet de oude afstortplaats - rechtstreeks in zee - bij Bopec weer in ere worden hersteld? Daarnaast; wie moet die vergunningen eigenlijk verlenen? Is dat niet hetzelfde OLB dat er vaak al niet in slaagt om de meest simpele bouwvergunning binnen een redelijke termijn af te geven?
Het meest absurde is de opstelling van het BC als zou Selibon een onafhankelijk, privaat bedrijf zijn waarmee men als overheid de strijd aan kan binden als het zich niet aan voorwaarden houdt. Het Openbaar Lichaam Bonaire is namelijk gewoon 100% aandeelhouder van Selibon N.V. Indirect via de Bonaire Holding weliswaar, maar dat maakt de zaak niet fundamenteel anders. Dit roept het beeld op van een BC dat de facto de strijd met zichzelf aangaat.
Het bestuurscollege lijkt zich gesterkt te voelen door de recente rechtelijke uitspraak waarin wordt gesteld dat Helmond ‘nog niet’ had mogen ingrijpen bij Selibon. Helaas - maar niet verrassend - leest het BC het vonnis wel erg selectief. Het gerecht stelt namelijk óók dat er “alle reden” was voor Helmond om in te grijpen en dat er wel degelijk sprake was van ‘taakverwaarlozing’.
Om het geheel nog absurder te maken, krijgt Helmond in hetzelfde bericht een onterechte veeg uit de pan. “Gedurende de periode van de Indeplaatsstelling zijn er door de Rijksvertegenwoordiger echter geen maatregelen genomen om de bovengenoemde bestaande gebreken te herstellen, wat heeft geleid tot de nodige vertraging,” zo staat er in het bericht te lezen. Pardon?
Laat één ding duidelijk zijn: het ingrijpen door de Rijksvertegenwoordiger was verre van ideaal. Het blijft pijnlijk - en niet altijd even effectief - wanneer een hoger orgaan zich genoodzaakt voelt om lokale bestuurstaken over te nemen.
Maar om Helmond ervan te beschuldigen dat hij in de paar weken tijd dat hij formeel en maar deels verantwoordelijk was voor Selibon ‘niets heeft gedaan’, is niet alleen onjuist, maar ook goedkope stemmingmakerij.
Dit BC heeft op tal van dossiers laten zien weinig tot geen daadkracht te hebben. Krachtige woorden en grootse plannen zijn mooi, maar waaraan zou de bevolking het vertrouwen mogen ontlenen dat er nu wél wordt doorgepakt?
Op deze manier zal de pyrrusoverwinning van het BC op Helmond van wel heel korte duur blijken. Naar mijn stellige overtuiging kan de Rijksvertegenwoordiger binnenkort gewoon verdergaan waar hij tot vorige week was gebleven. En dan is de vraag: wie veroorzaakt hier nou echt de vertraging?

































