Nieuws van Bonaire

Nederland onderzoekt aard en oorzaken van ambtelijke corruptie in Caribisch Nederland

DEN HAAG – Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum WODC is gestart met een onderzoek naar de aard en oorzaken van ambtelijke corruptie in Caribisch Nederland. Dat meldt minister Yeşilgöz van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer.

Het onderzoek is in december 2022 van start gegaan en zal naar verwachting in september worden afgerond. Afhankelijk van de uitkomsten zal het opsporings- en vervolgingsbeleid worden aangescherpt.

1200

Het besluit is een gevolg van een eerder rapport van de Raad voor de Rechtshandhaving. De minister had belooft op de aanbeveling van de Raad te reageren.

Ambtelijke corruptie

De Raad deed onder andere een aanbeveling om in 2023 voor een analyse van de aard en omvang van ambtelijke corruptie in Caribisch Nederland te zorgen, met behulp van zogenaamde themaverwerking. 

Bij themaverwerking wordt zachte opsporingsinformatie betreffende ernstige misdrijven – zoals ambtelijke omkoping – in een zogenoemd themaregister opgeslagen en bewaard. 

1200

Hierdoor kan dergelijke informatie later, eventueel in combinatie met andere informatie uit het register, gestructureerd worden verwerkt en geanalyseerd en mogelijk een bijdrage leveren aan een strafrechtelijk opsporingsonderzoek. 

De Rijksrecherche verwacht dat themaverwerking mogelijk slechts een beperkte bijdrage aan deze analyse kan leveren, gelet op de aard van de informatie waarop themaverwerking betrekking heeft. 

Het onderzoek van het WODC naar de aard en oorzaken van ambtelijke corruptie in Caribisch Nederland moet leiden tot overleg met de relevante lokale partijen waarin kan worden bezien of en hoe het huidige opsporings- en vervolgingsbeleid voor corruptie dient te worden versterkt of verbreed. 

Bewustwording 

Het onderzoeksrapport van de Raad bevat ook een aanbeveling om publieke bewustwordingscampagnes om integriteitsschendingen te melden op te zetten. Om de mogelijke focus van dergelijke campagnes goed te kunnen beoordelen, dienen eerst de uitkomsten van het WODC-onderzoek te worden afgewacht, zegt de minister. 

Daarna wordt met de openbare lichamen bezien of campagnes nodig zijn en zo ja welke focus en doelgroep(en) deze campagnes zullen hebben. In de tussentijd zal het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, samen met de openbare lichamen, gesprekken met maatschappelijke organisaties organiseren. Op die manier kunnen de eerste behoeften al worden geïnventariseerd.

Klokkenluiders

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verder in 2022 gestart met een verkenning van de mogelijkheden om melders van misstanden in Caribisch Nederland beter te beschermen, in navolging van een aanbeveling van de Raad op dit punt. 

Klokkenluiders verdienen bescherming en ondersteuning als zij (dreigen te) worden benadeeld na het doen van een melding. Een potentiële klokkenluider zal sneller overgaan tot het doen van een melding als hij weet dat hij adequate ondersteuning krijgt. Het is essentieel dat dit goed wordt geregeld op Caribisch Nederland.

Uit de eerste verkenning is naar voren gekomen dat het niet mogelijk is om de klokkenluidersregeling zoals deze in Europees Nederland onverkort over te nemen in Caribisch Nederland. 

Zo kan de inhoud van het wettelijke begrip ‘misstand’ niet direct worden overgenomen, omdat dit mede ziet op Unierecht en dit recht niet van toepassing is in Caribisch Nederland. 

Daarnaast lijkt het wenselijk om het wettelijk criterium voor het hebben van een interne meldingsregeling (50 medewerkers of meer) te verlagen, gelet op de gemiddelde bedrijfsomvang in Caribisch Nederland. 

Ook op andere punten zal onderzocht moeten worden in hoeverre de Europees-Nederlandse regeling passend en wenselijk is voor Caribisch Nederland. De ingezette verkenning zal dan ook in overleg met de openbare lichamen worden voortgezet. 

Hierbij wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de kennis en ervaring die wordt opgedaan door het ministerie van Justitie en Veiligheid in het kader van de uitwerking van een eerstelijns rechtshulpvoorziening voor Caribisch Nederland. Naar verwachting is medio 2023 vanuit dit initiatief een concreter uitgewerkt scenario beschikbaar waarlangs de laagdrempelige toegang tot eerstelijns rechtshulp voor de eilanden wordt uitgewerkt.

Deel dit artikel