Nieuws van Bonaire

Nina den Heyer – Ik wilde laten zien dat het anders kan

Zo ben je voor het laatst als gedeputeerde in Den Haag. Het is grijs en regenachtig. En dus besluit je om je aan te passen en vraag je om erwtensoep. Het meisje kijkt verrast op: ‘Dat hebben we niet.’

‘Typisch Den Haag’, zeg ik, ‘altijd moet je rekening houden met een tegenslag.’

Rocargo

Nina de Heyer glimlacht. En bestelt kroketten.

‘Zo erg is het niet. En er zijn natuurlijk dingen gelukt. Als ik vergelijk hoe het was toen ik de politiek instapte en nu, zie ik dat er meer aandacht is voor Caribisch Nederland. Zijn er concrete stappen gezet ter verbetering van het welzijn daar.’

In de afgelopen jaren heeft Den Heyer ervoor gezorgd dat bijvoorbeeld de kinderopvang, de kinderbijslag op de Haagse agenda’s kwamen. 

Uiteraard heeft zij ook ondervonden dat je geduld moet hebben als je iets wilt bereiken.

‘De eilanden zijn voor Den Haag lekker ver weg. Dat is veilig. Men kijkt naar grafiekjes en tabellen. Maar voor ons zitten achter die cijfers mensen. Wij worden er lokaal op aangesproken. Wij zien het, wij maken het mee.

Tegelijk weet ik dat sommigen in Den Haag het goed menen. Dat de tranen echt zijn. Want anders zijn het geen mensen. 

Vaak is het zo dat, als ze het zelf hebben gezien, er iets in beweging komt. Maar ja, dan worden ze vervolgens hier weer overrompeld door de waan van de dag. En zitten wij weer zoveel kilometer verderop.’

Den Heyer haalt haar schouders op.

‘Ook zijn de instituten in Den Haag zo dichtgeregeld dat alleen daardoor al de ongelijkwaardigheid in stand wordt gehouden. Ik weet niet hoe ik dat anders uit moet leggen. Uiteindelijk heb je het toch over die beroemde vierde macht. 

Dan heb je nog mensen die nog nooit op de eilanden zijn geweest. Die kunnen zich helemaal niets voorstellen. En al helemaal niet dat de eilanden ook nog weer verschillen van elkaar.

Het verschilt per ministerie hoe serieus de eilanden worden genomen. Zoals ik al zei, er zijn mensen die oprecht het gevoel hebben dat wij erbij horen. En je hebt een groep die uiteindelijk vindt dat we inderdaad maar op Marktplaats moeten worden gezet.

In Den Haag vergeten ze vaak dat wij nog niet zo ver zijn in onze ontwikkeling. Nederland heeft er jaren over gedaan om bepaalde dingen op orde te krijgen. En van ons verwachten ze dat we in korte tijd alles op orde brengen.

Ook kun je hier in Europees Nederland als kleine gemeente bij de buurgemeentes kijken of bij de provincie. Die mogelijkheden hebben wij niet. 

Het zou al helpen als de eilanden meer samen zouden werken. Gelukkig gebeurt dat her en der al. Kijk naar de ziekenhuizen bijvoorbeeld. Dat soort samenwerkingsverbanden zouden er meer moeten komen.

Het is een gezonde ontwikkeling als dat geluid uit het maatschappelijke veld komt. En dan langzaam naar boven gaan werken. Het moet uit de zorg, het onderwijs komen.’

Nina den Heyer is sinds 2016 actief in eilandelijke politiek voor de MPB (Movementu di Pueblo Boneriano). In 2019 kreeg zij een ongekend hoog aantal voorkeurstemmen. Den Heyer werd gedeputeerde met ‘samenleving en zorg’ als pakket.

Waarom gaat iemand de politiek in?

‘Ik ergerde me aan de manier waarop de dingen gingen. Naar mijn idee was de politiek op het eiland onprofessioneel. Het ging te weinig over de inhoud. Ik wilde niet langs de kant staan schreeuwen. Ik wilde laten zien dat het anders kan. 

Ik koos voor een nieuwe partij, de MPB (Movementu di Pueblo Boneriano). Omdat ik echt vond dat er iets nieuws moest komen.

Een partij die zich richtte op goed bestuur en professionaliteit. Een andere politiek, meer op de inhoud gericht, minder op de man. Dat sprak me heel erg aan.’

En dan ben je ineens een stemmentrekker. 

‘Dat ik stemmentrekker bleek te zijn, heb ik niet tot een last gemaakt. Het was wel een verrassing. Want zoiets bedenk je niet.

Bovendien was ik in die tijd vooral bezig met mijn echtscheiding en dat soort dingen. Het was persoonlijk een hele moeilijke periode. 

Daardoor was de uitslag alsof er een warme deken om me heen werd gelegd. Je bent niet alleen, dacht ik, mensen geloven erin. Dat vond ik heel fijn.

Het fijnst vond ik dat het voor het eerst een vrouw was die zo veel stemmen trok. Ik hoop dat die trend zich voort blijft zetten.

Ja, ik denk dat het vrouw-zijn een rol heeft gespeeld. 

bestuurscollege aangetreden op 8 april 2019

Ik denk dat we sowieso meer vrouwen in de politiek moeten hebben. Meer vrouwen op belangrijke posities, op posities waar ze beslissingsbevoegdheid hebben. Omdat vrouwen van nature regelaar zijn, kunnen multitasken en minder gevoelig zijn voor corruptie. En ze hebben meer oog voor het sociale. Een vrouw heeft meer oog voor de context. Al veralgemeniseer ik nu wel wat. Maar vrouwen die kinderen hebben bijvoorbeeld, denken logischerwijze aan zaken als kinderopvang. Zij weten wat belangrijk is.’

Is politiek nog steeds een mannending? Dan zal het voor de partij ook een verrassing zijn geweest dat jij zo veel stemmen kreeg.

‘Het was voor sommigen misschien een verrassing dat een vrouw zo veel stemmen kreeg. Maar men deed er wel heel nuchter over, hoor.

Ja, politiek was en is een mannending. Ik heb overigens niet het gevoel dat het nu plotseling veranderd is. Het blijft naar mijn gevoel nog steeds een mannenclubje dat dingen bespreekt en afspreekt.

Daarom moet er nog meer gebeuren in dat opzicht. Meer vrouwen die zich ermee gaan bemoeien.

Waarom ze dat niet doen? Door die mannencultuur. Ik denk dat vrouwen er geen zin in hebben om de hele tijd al dat geklets aan te moeten horen. 

Vrouwen zijn meer doeners. Mannen praten meer, vrouwen gaan meteen aan de bak. Als vrouw denk je op een gegeven moment, hou nu maar es op met dat gewauwel. We gaan gewoon doen wat gedaan moet worden.

En vergeet niet dat vrouwen vaak ook nog de zorg voor de kinderen hebben en dat soort dingen. Het is best heel lastig om die taken te combineren.

Wat ook opvalt is dat als er kritiek is, een vrouw meer op haar kop krijgt dan een man. Dat gaat vermoedelijk onbewust. We zeggen dan wel dat we geëmancipeerd zijn, maar stiekem denkt men volgens mij nog steeds dat de vrouw eigenlijk thuis hoort te zijn om op de kinderen te passen.

Al zal deze houding wel veranderen met de nieuwe generaties. Als ik naar de jongeren kijk, zie je de oude rolverdeling en patronen veranderen. Ik hoop dat die tendens doorzet. Het zal wel even duren, maar ik zie veranderingen.’

In de afgelopen jaren hebben Den Heyer en ik zo nu en dan gesprekken gevoerd over de verhoudingen tussen Den Haag en de eilanden, ook hebben we de lastige kanten van het vak soms besproken.

‘Nee, ik heb geen spijt van de stap om de politiek in te gaan. Ik heb veel geleerd. Ik heb mezelf ook beter leren kennen. Dat is ook niet onbelangrijk natuurlijk.

En er zijn natuurlijk toch dingen gelukt.

Zoals ik al zei, als ik vergelijk hoe het was toen ik de politiek instapte en nu, zie ik dat er meer aandacht is voor Caribisch Nederland. Zijn er concrete stappen gezet ter verbetering van het welzijn daar.

Dus spijt heb ik niet. Maar ik weet niet of ik het nog een keer zou doen.

Natuurlijk heeft mijn aanwezigheid niet opgeleverd wat ik zou willen. Maar ik blijf hoopvol. Alleen duurt het allemaal zo lang. Want ondertussen lijden de mensen onder de armoede.’

Wat heeft het je geleerd? Over de medepolitici, over jezelf?

‘Deze jaren hebben me geleerd dat niet iedereen zo vast blijft houden aan zijn principes. Ik heb gezien wie er in een crisis blijft vechten, wie wil vluchten. 

Dus ja, ik heb veel geleerd in die zin. Over de mens. Hoe de mens is.’

Den Heyer lacht.

‘Dat klinkt wel heel groots. Maar toch …’

Ze aarzelt even.

‘En ook heb ik veel geleerd over mijn omgeving en mezelf.

Bepaalde dingen zijn zo belangrijk dat je er helemaal voor gaat, wat het ook kost. Ik heb geleerd which battles to choose.

Deze periode heeft me scherper gemaakt. Ik weet beter wat ik belangrijk vind in het leven.

Voor mij zijn eerlijkheid en gelijkwaardigheid de ankers.

Als die twee begrippen in het geding kwamen, had ik het moeilijk. 

Dat je water bij de wijn doet, kan ik begrijpen. Maar je moet je basis overeind houden. Dat vind ik moeilijk van politiek, van een coalitie. Je moet compromissen sluiten. 

Maar het moet wel wijn blijven.

Anders verlies je je identiteit.’

Den Heyer noemde als belangrijkste reden om te stoppen als bestuurder, haar kinderen.

‘Ja, op persoonlijk vlak zijn mijn kinderen de belangrijkste reden om nu te stoppen. Er was bijvoorbeeld een periode waarin het niet prettig was, er waren dingen die speelden en dan heb je thuis nog twee tieners die aandacht vragen en nodig hebben.

Dan ga je wikken en wegen.

Ik heb voor mijn kinderen gekozen. Omdat het mijn kinderen zijn.

Kijk, tieners zeggen ook rake dingen. Zegt mijn dochter: kijk, mam, je vecht voor de arme kinderen, maar je hebt geen tijd voor ons. Dat doet pijn.

Zij zien ook dat ik ’s ochtends vroeg al aan de telefoon zit. ’s Avonds laat nog bezig ben. Dat gaat allemaal ten koste van hun tijd.

Dat heb ik ook moeten leren, daarin een balans te vinden. Daar ben ik nog niet volledig in geslaagd. Maar ik ben me daar nu wel bewust van.

Ik heb naast de politiek ook een leven met mensen die me nodig hebben en die ik nodig heb.

Toen ik de politiek instapte was dat mijn keuze. De kinderen waren nog heel klein, die kregen er niets van mee. Maar ze worden groter. Ook op de familie heeft het invloed. Want niet alleen de kinderen, ook mijn tante, mijn schoonzus …

Dan ga je je toch vaker afvragen, is dit de moeite waard? Het gaat niet alleen over mij, maar ook over mijn omgeving.

Ik had nooit gedacht dat het zo veel zou doen met mijn kinderen. Hoe het hen raakt.

We hebben te maken gehad met een doodsbedreiging. En de doppen van mijn voorwiel zijn een keer losgedraaid. Toen hebben de kinderen zich een tijdlang veel zorgen gemaakt. Vroegen ze waarom ik naar de Eilandsraad moest, waarom ik alleen moest, waarom zo laat.

Dat zijn moeilijke momenten.

Daar moest ik ook aan denken toen bijvoorbeeld ministers die boeren bij hen thuis voor de deur vonden.’

Den Heyer is even stil en schiet dan in de lach.

‘Moet trouwens wel even melden dat mijn zoon later de politiek in wil. Hij zegt, ik ga jouw werk afmaken.’

Het is natuurlijk het klassieke dilemma: moet je als politicus opstappen als je weet dat wat je wilt niet haalbaar is of moet je volhouden om te kijken wat je wel kunt bereiken.

‘Als ik nu terugkijk, zie ik dat er niet veel veranderd is op het eiland. Je begint optimistisch met het idee dat je een bijdrage gaat leveren aan de samenleving. 

Al snel ontdek je dat je soms tegen een muur loopt. Dat het lastiger is dan je dacht.

Ik heb nachten gehad dat ik niet kon slapen. Huilend van frustratie. Wat moet ik nu doen? Hoe moet ik het nu aanpakken?

Gelukkig heb ik altijd mensen gehad waarmee ik kan sparren. Zowel in de politiek hier, als in de Curaçaose politiek en met mensen uit het maatschappelijk veld. Die hebben mij eroverheen geholpen. Soms met een simpele aanwijzing, maar vaak om een luisterend oor te bieden. Dat is heel belangrijk in de politiek. Je moet een plek hebben om te ventileren. Dat heb je echt nodig. Daar ben ik heel dankbaar voor.

Want het is soms heel frustrerend, confronterend ook.

Naar mijn gevoel zijn we ons empathisch vermogen verloren. Dat maakt me wel verdrietig.

Corona heeft daar ook aan bijgedragen. Iedereen zat thuis. Achter het scherm. En maar ventileren en alles afkraken.

Daar leer je mee omgaan, met al dat gedoe. Soms denk ik dat ik het afgesloten heb, maar dan komen de kinderen ermee. En dat is een van de redenen om afscheid te nemen van de politiek.

Naast de persoonlijke beslommeringen, heb je ook te maken met bijvoorbeeld de partij waar je lid van bent.

‘Als ik terugkijk, ook op de partij, zie ik dat ik andere verwachtingen had toen ik de politiek inging. Maar dat is een interne zaak.’

Den Heyer aarzelt even.

‘In het algemeen denk ik dat een van de belangrijkste zaken die op het eiland geregeld moet worden de partijfinanciering is. Er is geen publicatieplicht voor die financiering. Dat maakt partijen afhankelijk en dus gevoelig voor bepaalde sponsoren.’

Is het allemaal voor niets geweest?

‘Nee, hoor. Ik weet ook wel dat het niet allemaal voor niets geweest is.

Maar ik zit ermee dat ik nog zo veel had willen doen.

Dus leer ik ook loslaten. 

En ik weet natuurlijk dat ik buiten de politiek toch nog actief zal zijn op het sociaal domein.’

Je wilt actief blijven op, zoals jij het noemt, het sociaal domein. Daar ligt je hart dus. 

‘Ja, want de motivatie blijft hetzelfde, die gelijkwaardigheid, die eerlijkheid.

Iedereen verdient dezelfde kansen.

Als je ervoor kiest je kansen te verprutsen, is het wat anders, maar we moeten wel die mogelijkheden creëren waardoor mensen succesvol kunnen zijn.

Je kunt wel een school neerzetten en roepen dat iedereen mag komen, maar dat is het niet. Je moet ervoor zorgen dat iedereen die school af kan maken. 

Niet gelijke kansen bij de ingang, maar gelijke kansen bij het resultaat. Dat is waar het om gaat.

Zo ver zijn we nog niet.

Hetzelfde geldt voor de verhouding met Europees Nederland. We zijn er nog niet.’

Goed, dan ben jij vanaf morgen de baas. Wat gaat er gebeuren?

‘Alle aandacht zou dan eerst gaan naar het vaststellen van een sociaal minimum. Linksom of rechtsom. De armoede moet worden aangepakt.

Qua bestuur komt er een fikse reorganisatie. Ook maken we een slag qua digitalisering.’

Den Heyer denkt even na.

‘En we gaan het hebben over het vestigingsbeleid, over de belastingwetgeving …

We weten dat het niet naar wens gaat op het eiland. Maar er worden geen concrete stappen gezet. We schuiven veel zaken maar voor ons uit.’

Den Heyer kijkt naar de toekomst. Ze wordt per 1 december 2022 diensthoofd van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in Caribisch Nederland.

‘Met die functie ben ik blij. Ik heb het gevoel dat ik mijn leven terugkrijg.’

De kroketten waren lekker. 

Deel dit artikel