Nieuws van Bonaire

Verhoging uitkeringen op Bonaire, Saba en Sint Eustatius per 1 januari 2023

DEN HAAG – De Nederlandse regering gaat de onderstand– en AWW-uitkeringen per 1 januari verhogen met tien procent boven op de inflatie. Dit betekent dat de minimumuitkeringen tijdelijk niet de gewenste verhouding tot het wettelijk minimumloon hebben, maar meer dan 70 procent. Deze verhouding zal hersteld worden als de benodigde stappen op het wettelijk minimumloon zijn gezet. Dat schrijft minister Cornelia Johanna Schouten van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen in een brief aan de Tweede Kamer.

Ook de kinderbijslag wordt per 1 januari 2023 met twintig dollar per kind per maand verhoogd. Waar het mogelijk is om het ijkpunt sociaal minimum sneller te realiseren, neemt de minister versneld maatregelen.

Zo heeft Schouten besloten om het wettelijk ouderdomspensioen AOV per 1 januari 2023 in één keer te verhogen naar het niveau van het ijkpunt sociaal minimum. De relevante bedragen voor het wettelijk minimumloon en de minimumuitkeringen 2023 worden verwerkt in een ministeriële regeling.

Kinderopvang

Tijdens de behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties is door de Kamerleden Ceder en Kuiken een motie ingediend om vóór het commissiedebat sociaal domein Caribisch Nederland inzichtelijk te maken hoe de te verwachten uitvoeringskosten en verwachten inkomsten uit ouderbijdragen van de kinderopvang in Caribisch Nederland zich tot elkaar verhouden.

Schouten heeft de motie zo begrepen dat de Tweede Kamer inzicht wil hebben in de opbrengsten van het innen van de ouderbijdrage en de kosten die vrijvallen als er geen ouderbijdrage voor kinderopvang wordt gevraagd.

Op dit moment vindt de derde fase van het onderzoek plaats naar de kosten van de kinderopvang in Caribisch Nederland. Dat onderzoek is van belang om inzicht te krijgen in de opbouw en hoogte van de kosten van de kinderopvang. Dit onderzoek is ook van belang voor de hoogte van de ouderbijdrage.

Het is Schoutens voornemen om net als in Europees Nederland de hoogte van de ouderbijdrage
tegelijkertijd op vier procent van de hoogte van de vergoede kostprijs vast te stellen. Het
onderzoek is recent gestart. De uitkomsten worden in de loop van 2023 verwacht.

Om die reden kan slechts een globaal beeld van de te verwachten kosten, hoogte van de ouderbijdrage en opbrengsten worden gegeven. Bij de onderstand kan de beleidsmatige verhoging voor de verschillende componenten (basisbedrag en toeslagen) hoger of lager zijn met het oog op differentiatie naar huishoudtypes overeenkomstig het ijkpunt sociaal minimum.

Zo verhoogt Schouten de onderstandstoeslagen voor zelfstandig wonenden en paren beleidsmatig met meer dan tien procent.

Op basis van de eerste fase van het onderzoek en een aantal aannames kan een indicatie worden gegeven van de extra kosten en besparingen op het moment dat de ouderbijdrage zou komen te vervallen. De minister meent op die wijze op hoofdlijnen aan het verzoek van de Kamer tegemoet te kunnen komen.

De verwachting is dat de ouderbijdrage per maand bij volledige opvang voor de dagopvang in de buurt van $ 20 tot $ 30 en voor de buitenschoolse opvang in de buurt van $ 15 tot $ 20 zal liggen. Het wegvallen van de ouderbijdrage zal leiden tot een derving van opbrengsten van structureel circa € 575.000 per jaar.

Wetsvoorstel

In het wetsvoorstel kinderopvang BES dat binnenkort aan de Kamer wordt aangeboden, zal de inning van de ouderbijdrage plaatsvinden door de kinderopvangorganisaties. Het wegvallen van de inning betekent bij de kinderopvangorganisaties een besparing van kosten en dat het debiteurenrisico wegvalt. Naar de kosten van de inning door organisaties is tot op heden geen onderzoek gedaan.

De hoogte van de besparingen die de kinderopvangorganisaties daarmee kunnen realiseren, is niet goed te bepalen. Op basis van een indicatie van de handelingskosten voor het innen van facturen bij organisaties schat het ministerie in dat er een besparing in de kosten bij de organisaties kan optreden van ongeveer € 75.000 à € 100.000.

In het wetsvoorstel is opgenomen dat het openbaar lichaam voor de ouders die het niet kunnen betalen, in het kader van het lokale armoedebeleid, de ouderbijdrage kunnen vergoeden. Als er geen ouderbijdrage meer zou zijn, vervalt dit onderdeel in het wetsvoorstel.

Omdat het gaat om een individuele toetsing van het inkomen van de ouders en de verwachting is dat een aanzienlijk deel van de ouders hiervoor in aanmerking kan komen, zal ook het openbaar lichaam met uitvoeringskosten te maken krijgen. De minister verwacht dat de uitvoeringskosten tussen €150.000 en € 200.000 voor de drie openbare lichamen tezamen kunnen bedragen.

Criteria

Ook hoeft het openbaar lichaam geen ouderbijdrages te vergoeden. Het is in eerste instantie aan het openbaar lichaam om de criteria waaraan ouders moeten voldoen vast te stellen. Om die reden is geen exact inzicht te geven in het aantal ouders dat hiervoor in aanmerking zal komen. Als 25 procent van de ouders voor het vergoeden van de ouderbijdrage in aanmerking komt, levert dat een geraamde
besparing op van circa €145.000.

Samenvattend stelt Schoute dat op basis van een aantal aannames kan worden aangenomen dat tegenover een derving aan niet ontvangen ouderbijdragen besparingen op de kosten aannemelijk zijn waardoor een deel van de gederfde opbrengsten kan worden gecompenseerd.

Deel dit artikel