Nieuws van Bonaire

Wereldkampioen Amado Vrieswijk: Als ik zie dat er wind staat, móét ik het water op

Wereldkampioen Amado Vrieswijk: Als ik zie dat er wind staat, móét ik het water op
Amado op Sorobon voor zijn training

Foto’s en tekst Lucas van Adrichem

Met een wereldtitel Freestyle op zak keerde windsurfer Amado Vrieswijk (25) afgelopen zondag terug op Bonaire waar hij onder luid gejuich werd onthaald. Bonaire.nu sprak met Amado over zijn overwinning en liefde voor windsurfen. Hoe word je een wereldkampioen? “Als het begon te waaien stuurde de juf mij naar huis met het huiswerk want ik was dan niet meer te houden!”

“Surfen werd me met de paplepel ingegoten. Mijn vader ging altijd al windsurfen en ik stond dan als kleine jongen op de kant te kijken. Op een dag zag ik een leeftijdsgenootje, ik moet een jaar of 6/7 zijn geweest, en hij nam les. ‘Dat wil ik ook’, dacht ik. Ik vroeg bij die surfschool of ik anders ook een plank en zeiltje mee kon krijgen. Dat kon wel. Ik stapte op die plank en weg was ik. Het voelde meteen zo goed. Les heb ik dan ook nooit meer gehad.

Surfen is alles 

Vanaf dat moment was windsurfen alles voor me. Ik deed ook nog wel aan voetbal en tennis, maar zodra de wind aanzette, moest ik naar het water. Nu voel ik die drang trouwens nog steeds, het is goed weer dus ik ga zo even trainen na het interview.

Niet veel later na die eerste kennismaking met de sport kreeg ik voor m’n verjaardag mijn eigen surfboard. Blij dat ik was! Die plank heb ik altijd bewaard, daar begon het allemaal mee.

Het leverde wel de nodige conflicten op met mijn ouders. Ik was natuurlijk jong en wilde alleen maar op de plank staan. Zelf mocht ik niet naar het strand dus mijn ouders zaten op de kant of mijn vader surfte mee na zijn werk. Om 6 uur moest ik dan weer uit het water, maar daar had ik geen boodschap aan, ik ging gewoon door. Uiteindelijk gaven ze me een waterdicht horloge. Leuk, maar ik kan niet zeggen dat ik hem ook gebruikte!

Na een tijdje oefenen ging ik meedoen aan wedstrijdjes. Eerst nog alleen op het eiland. Het begon op te vallen dat ik wel veel van die wedstrijden won en ik kreeg dus al jong sponsors. Dat hielp om door te groeien naar een hoger niveau.

Ook thuis en op school stond alles in het teken van surfen. Mijn vader ging bijna altijd mee en gaf veel tips hoe ik beter kon worden. In de klas ging het leren wel aardig, maar zodra ik de vlaggen zag wapperen, werd ik onrustig. Mijn concentratie viel dan weg. De juf zag dat en stuurde me met mijn huiswerk naar het strand. 

In het begin wilde ik vooral zo hard mogelijk gaan, echt racen over het water. Later zag ik wat oudere surfers van Bonaire die allerlei stunts uithaalden. Dat trok me wel aan, moet ik zeggen. Het was een spektakel. Ik ging er ook mee oefenen en zo rolde ik eigenlijk het freestyle windsurfen in. Taty (Frans) was daarin heel belangrijk door zijn ervaringen te delen. Hij doet het al ruim 20 jaar.

De omstandigheden voor windsurfen zijn perfect op het eiland, zeker bij Sorobon. Er staat altijd wind en het is ook nog eens lekker weer. Het water komt tot je middel en als je valt, kom je terecht op een zandplaat. Beter kun je het niet hebben.

Amado in actie in Frankrijk | foto @JCwindsurf

Beter worden en winnen

De wedstrijden verplaatsten zich naar de hele regio en ik deed aan alles mee. Curaçao, Aruba, Barbados en noem maar op. Vaak nam ik dan ook deel aan de leeftijdscategorie boven mij en die won ik meestal ook. 

Ik heb toen wel gedacht: ik kan heel ver komen met windsurfen, hier moet ik helemaal voor gaan. Vanaf dat moment deed ik dat ook. Ik ging nog wel naar feestjes en dronk gerust mee, maar hoeveel ik ook op had, de volgende ochtend was ik wel op het water te vinden. Dat was niet altijd makkelijk, maar wel nodig om er te komen. Ik wilde ook heel erg graag dus ik ging nooit met tegenzin surfen.

In die periode kwam ik bij de pro-kids terecht, dan mag je de wereld over voor wedstrijden en demo’s. Erg leerzaam, je leert hoe het is om te presteren onder druk en doet ervaring op. Ook kun je je meten met de beste leeftijdsgenoten waardoor je jezelf blijft dwingen beter te worden. 

In 2013 werd ik vervolgens wereldkampioen bij de junioren, Kiri (Thode) werd dat bij de senioren. Heel toevallig dat dat samenviel, allebei jongens van Bonaire. Je kunt dan de stap gaan maken naar de volwassenen. De daaropvolgende jaren was het aanpassen en was ik alleen maar aan het leren. Je moet aanhaken, anders val je af.

Leven voor de sport

Ik wil zelf veel uitproberen, met nieuwe trucs en stunts op de plank bijvoorbeeld. Ik probeer dan mijn eigen methode te ontwikkelen. Het is niet altijd succesvol, maar daar leer ik van. Dat is belangrijk. Op die manier kan ik tenminste kijken wat het beste werkt en dat lukt niet als ik niks nieuws durf te ondernemen.

Bijna dagelijks sta ik op de plank. Dat moet ook wel want anders kan ik straks de concurrentie niet aan. Het vraagt discipline om zo voor de sport te leven, je wilt een professional zijn.

Sinds vier jaar heb ik een coach en die stelt train- en voedingsschema’s op. In het begin was dat even wennen. ’s Ochtends eet ik pap, 5 eieren en daarna aan de kip met rijst. Later nog de rijst met tonijn en dan heb ik om half 3 ’s middags mijn laatste maaltijd gehad. Ik zei: ‘dat kan toch nooit goed zijn?!’ Maar mijn coach stond erop en tegenwoordig gaat het prima. Ook wel overzichtelijk en ik word hierdoor steeds fitter. 

Het is nu off-season en ik zou dus kunnen doen en laten wat ik wil: van alles eten en drinken en feesten. Eigenlijk doe ik dat liever niet omdat het me dan alleen maar meer tijd kost om weer op m’n niveau te komen. 

Amado met coach Alison Maria | Foto Amado Vrieswijk

Wereldkampioen

Wereldkampioen worden, ja daar droom je natuurlijk van! Toen ik net begon, dacht ik er weleens over na: ‘hoe zou dat zijn en hoe bereik ik dat?’ Nu is het gewoon zover. Echt ontzettend mooi, onwerkelijk. 

De laatste jaren was ik telkens heel erg dichtbij. Bij de wereldbekerwedstrijden werd ik een paar keer tweede en vorig jaar had ik hem voor het grijpen. Door een eenmalige verandering van de puntentelling greep ik er net naast. Moeilijk wel, maar het motiveerde me om alles op alles te zetten en die titel te grijpen.

Dit seizoen won ik alle wedstrijden en in september werd ik al Europees Kampioen op Rhodos. Dan zit je heel sterk wat betreft zelfvertrouwen en kun je de druk aan. Een paar foutjes zou me al de titel kosten. Als ik op het WK de beste versie van mezelf kon laten zien en niet zou winnen, had ik er vrede mee gehad. Als ik wist dat ik beter kon maar het op dat moment niet lukte, dan had ik er echt heel erg van gebaald.

Eenmaal op het WK kon ik gelukkig lekker mijn ding doen en voelde ik me goed. Je bent dan vooral bezig met wat je wél kan en wat je allemaal wilt laten zien. Alles ging perfect en als je dan de overwinning pakt, een geweldig gevoel! Dat is waar ik al die jaren keihard voor heb gewerkt en naartoe heb geleefd. 

Terug op Bonaire was de ontvangst fantastisch. De brandweer stond klaar met sirenes en sproeiers en familie en vrienden waren allemaal aanwezig op de luchthaven. Prachtig om mee te maken. 

Surfen zolang het kan

Komende jaren wil ik weer meedoen aan de wereldkampioenschappen. Eigenlijk net zolang ik het leuk blijf vinden en mijn lichaam meewerkt. Er was pas iemand van 48 die op de plank stond, dat lijkt me ook wel wat. 

Wedstrijden organiseren is ook iets voor later. Mijn moeder doet het af en toe en als ik zie hoeveel werk dat is, gaat me dat nu nog niet lukken. Voor de jeugd is dat wel gaaf, zij hebben dat nodig. Misschien kan ik tegen die tijd ook trainer worden, of clinics geven aan wat meer gevorderde windsurfers.

Binnenkort wil ik naar Curaçao en Aruba surfen, dat zou toch cool zijn! Ik denk dat het me wel binnen een paar uur kan lukken. Maar voor nu: nagenieten van mijn wereldtitel, dat vergeet ik nooit meer.” 

Deel dit artikel