Geschiedenis

Priklimonade van eigen bodem: De limonadefabrieken van Bonaire (deel 1)

Door: Bòi Antoin

Vertaling: Harald Linkels

Bonaire Bottling Company was, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, de enige limonadefabriek op het eiland. Later kwamen daar nog twee andere bij: De Nevada Bottling Company in Rincon en in Playa de Famous Bottling Company.

Boy Chatlein

De drijvende kracht achter de Bonaire Bottling Company was de uit Curaçao afkomstige Pierre Farro Eframin Chatlein. De meesten kenden hem echter als Boy Chatlein of Bòbò.  In het begin van de jaren zestig verhuisde Boy naar Bonaire, waar hij trouwde met de uit Playa Grandi afkomstig Juliana Coffie. In 1963 begon Boy Chatlein met de voorbereidingen van zijn limonadefabriek, die hij de naam ‘Bonaire Bottling Company’ meegaf, in het oude houten gebouw van de N.V. Schuncks Kleding-Industrie, die daar op 17 augustus 1948 opende. Natuurlijk moest er veel werk worden verricht, voordat de oude kledingfabriek geschikt was voor de productie van limonade.

Boy Chatlein was een heel bekend gezicht in het Bonaire van de jaren ’70

Barakken

1200

Het gebouw van de kleding- annex limonadefabriek had zelf al een hele historie, omdat het hout dat voor de bouw ervan werd gebruikt afkomstig was uit oude barakken bij Tra’i Montaña, ter hoogte van Tanki Maraka, die daar door het Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog waren neergezet. De balken en ander hout, afkomstig uit die barakken, werd gebruikt om de kledingfabriek op te zetten, die later ook heeft gedraaid onder de naam Bonaire Confectiefabriek.

Twee personen die de oude kledingfabriek geschikt maakten voor haar nieuwe rol als limonadefabriek waren Yoko Yanga, die metselaar was van beroep, en de timmerman Julio Cicilia. Ook toen de fabriek al draaide bleef Julio klusjes verrichten voor Bonaire Bottling Company, bijvoorbeeld door het in elkaar timmeren van de houten kratten, waarin gebroken flessen werden bewaard.

Julio Cicilia hielp bij de opbouw van de fabriek van Bonaire Botteling Company, maar bleef er ook daarna nog klusjes doen

Een andere persoon die een belangrijke rol speelde bij de opzet van de fabriek was Harry Holten, hoofd van de oude ‘ambachtsschool’ op het eiland. Holten was een soort technische duizendpoot, die betrokken was bij bijna alle vormen van industrie op het eiland in de jaren vijftig en zestig. Zo ook hielp hij Boy Chatlein bij het oplossen van enkele technische problemen om de machines daadwerkelijk aan de praat te krijgen voor de limonadeproductie.

Twin Top

Bonaire Bottling Company begon haar productie met gebruikmaking van op Curaçao gekochte tweedehands machines, die overigens wel in goede staat verkeerden. In de nieuwe fabriek werd limonade geproduceerd onder de naam ‘Twin Top’. Waar de merknaam Twin Top vandaan kwam is niet helemaal duidelijk. Duidelijk is wel dat de flessen uit Venezuela afkomstig waren. Achter op de flessen stond “Hecho en Venezuela” (geproduceerd in Venezuela). Daarnaast was er ook nog de leuze te lezen “Twin Top satisface” (Letterlijk vertaald: Twin Top bevredigt, vrijelijk vertaald: Twin Top lest je dorst).

De Twin Top flessen hadden een inhoud van 210 mililiter en waren groen van kleur.

Halverwege de jaren zeventig kwam de productie van Twin Top goed op gang. Boy Chatlein was zelf het centrale middelpunt in de fabriek, waar hij altijd te vinden was. Hij had een team van allemaal lokale medewerkers, waarmee hij de fabriek runde. Als het gaat om het produceren van de limonade had Chatlein de nodige ervaring meegebracht van Curaçao. Daar werkte hij in de limonadefabriek van Kortijn. Hoewel Kortijn nu alleen nog maar bekend staat als producent van ijsblokjes, produceerde zij in het verleden een erg populair limonademerk: Grapette.

Lees ook:

Deel dit artikel





Rocargo

Rocargo