Nieuws van Bonaire

Jannet Butter op zondag: Maken pappa en mamma nu wel een wip?

‘Hé, ken je mij nog?’ Ik ben nog niet op het strand of ik hoor haar roepen. Het kleine, grappige grietje dat ik gisteren leerde kennen. Vol verhalen over haar vader. En over ‘ome Fons’. Die was al eens op Bonaire geweest. En hij had pappa van alles verteld. Ook over het natuurschoon, dat Bonaire rijk is. Al snel bleek dat het aangeprezen natuurschoon niet uit koraal, cactussen, uitgestrekte mundi’s of bijzondere dieren bestond. Het ging meer over vrouwelijk schoon. Dat zich op de stranden overgaf aan zonnebaden. Om zich zonder opzien te baren aan een gedetailleerde inspectie te kunnen overgeven, had Ome Fons een verrekijker aan pappa cadeau gedaan. ‘Om kippetjes te kijken,’ had pappa het cadeau uitgelegd. Maar dat geloofde ze niet. Want er is geen kip te zien op het strand. Toch? 

Ik word vandaag dus verwelkomd door mijn kleine vriendin. ‘Ja natuurlijk ken ik je nog, Francien. Ben je nog steeds op Bonaire?’ Een briljant begin. Het kind staat immers springend voor mij. Francien stoort zich er niet aan. Die vindt het geweldig dat ik haar nog ken. Ik loop samen met haar naar de zee. ‘Tot straks,’ zegt ze als ik het water in loop.

Als ik na een tijdje weer aan kom zwemmen, staat Francien mij al op te wachten. ‘Ik zag je al heel lang. En je gaat nu naar huis hè?’ Ze heeft het onthouden. Antonio en Hector wachten in de auto. Die gaan er niet vanuit dat ik ook nog eens ga zonnebaden. Francien loopt mee over het strand in de richting van de auto. Omdat ik in mijn natte badpak in de auto zal zitten, probeer ik er wat water uit te wringen. ‘Waarom knijp jij in je tieten?’ klinkt het verbaasd naast mij. Tsja. Ik moet nu zorgvuldig formuleren. Heel zorgvuldig. ‘Nou….’ begin ik om wat tijd te rekken. ‘Ik wil het water uit mijn badpak knijpen. Anders wordt het zo nat op mijn stoel in de auto.’ Francien kijkt mij aan. ‘Maar dat zijn je tieten. Niet je kont.’ Verwacht ze verdere uitleg? Toch niet. ‘Pappa doet dat voor mamma. Maar dan is ze niet nat,’ gaat ze in een adem door. ‘Dat vindt mamma leuk. Ze vindt pappa dan niet klein meer.’ Het houdt haar bezig, dat blijkt. Ik ruik ontboezemingen. Gebabbel waar ouders altijd van denken dat hun kinderen dat niet doen. ‘Weet je hoe ik dat weet?’ Francien verwacht geen antwoord. Pffff , gelukkig. Voor je het weet sta ik te boek als iemand, die echtelijke geheimen ontfutselt aan kleine kinderen. ‘Mamma moet dan lachen. Ze zegt dat pie-pie opeens een grote jongen wordt. En dan aait ze pappa’s haar.’ Francien stopt even. Ik doe niets. ‘En weet je wat pappa dan altijd vraagt? Ik schud mijn hoofd. Ik weet niets. Daar sta ik om bekend. Ik kijk haar alleen aan. Wat moet ik doen? Het afkappen? Het laten gaan? Ik laat het gaan. ‘Pappa vraagt dan of ze een wip gaan maken. Alleen weet je….dat doen ze nooit, hoor. We hebben schommels. Maar geen wip……’ 

Jannet Butter is schrijfster van verhalenbundels over Bonaire: De Knoek heeft duizend ogen, Flamingo’s op brood, De Leguanenvanger en The Ghost of Washikemba.

Verkrijgbaar bij: Addo’s bookstore, Bruna, The Cadushy Distillery, Delfins Beach Resort Bonaire, MG Bonaire en Van den Tweel Supermarkt.

Deel dit artikel







Rocargo