Nieuws van Bonaire

Bestuurscollege rekent af met onjuiste beweringen inzake ‘sleepbootkwestie’

KRALENDIJK – Gezaghebber Edison Rijna heeft maandag in de vergadering van de Eilandsraadscommissie over een begrotingswijziging inzicht gegeven in het optreden van het Bestuurscollege in het zogeheten ‘sleepbootdossier’.

Rocargo

Hoewel het Bestuurscollege reeds op diverse momenten – zowel in de Eilandsraad als in een persconferentie – duidelijk heeft gemaakt met zijn doortastende optreden de continuïteit van het functioneren van de haven veilig te hebben gesteld door de beschikbaarheid van sleepbootdiensten te waarborgen blijven onjuiste beweringen de ronde doen.

Reden waarom gezaghebber Rijna aan de hand van een gedetailleerd feitenrelaas ten overstaan van de Eilandsraadscommissie volledig opening van zaken heeft gegeven. Hieronder het feitenrelaas:

Feitenrelaas ‘sleepbootdossier’

– BOPEC heeft jarenlang de in gebruik zijnde sleepboten beschikbaar gesteld aan het Openbaar Lichaam Bonaire voor sleepdiensten in de haven, onder meer ter assistentie van cruiseschepen en grotere vrachtschepen, en in het onverhoopte geval van calamiteiten.

– Door de sterke teruggang van activiteiten (als gevolg van ontwikkelingen die buiten de invloedsfeer van BOPEC liggen) zag BOPEC zich in de tweede helft van 2018 om bedrijfseconomische redenen genoodzaakt het lopende contract met de verhuurder van de sleepboten te beëindigen en met een andere leverancier (KTK Curaçao) een contract aan te gaan waarbij uitsluitend betaald hoeft te worden voor de uren dat de sleepboot daadwerkelijk wordt ingezet. Op die basis kon de bestaande afspraak met het OLB over het gebruik van de sleepboot in de haven worden voortgezet.

– Bij de betrokken partijen was duidelijk dat de Belastingdienst Caribisch Nederland (BCN) invoerrechten zou heffen zodra de sleepboot zich in de wateren van Bonaire zou begeven.

– BOPEC en KTK hebben verzoeken bij BCN ingediend om te worden vrijgesteld van invoerrechten voor de tijdelijke invoer van de sleepboot. Deze verzoeken zijn door BCN afgewezen.

– Het toenmalige Bestuurscollege heeft gedurende de discussie tussen BOPEC en BCN over het al dan niet terecht opleggen van invoerrechten onderzocht of BCN bereid zou zijn in gezamenlijkheid met het OLB naar een oplossing te zoeken. Immers, het functioneren van de haven is afhankelijk van de aanwezigheid van een sleepboot. BCN stelde zich echter op het standpunt dat het OLB in deze voor haar geen gesprekspartner was.

– In een poging de impasse te doorbreken heeft het Bestuurscollege BCN nog de suggestie gedaan BOPEC 6 maanden uitstel te geven om de invoerrechten te voldoen. BCN bleek daartoe niet bereid.

– Ondanks het uitblijven van de gevraagde vrijstelling heeft BOPEC de sleepboot in oktober 2018 in gebruik genomen.

– BOPEC heeft van BCN tot en met 31 maart 2019 de tijd gekregen alsnog invoeraangifte te doen. Dat is niet gebeurd.

– Op 1 april heeft BCN BOPEC per brief aangekondigd een navorderingsheffing te zullen opleggen. Het toen ‘demissionaire’ Bestuurscollege heeft, in de wetenschap dat BOPEC niet in de positie verkeerde de naheffing te voldoen, overwogen deze voor zijn rekening te nemen, maar heeft dat niet geëfectueerd.

– Op 2 april legde BCN BOPEC een navorderingsheffing inclusief boete op van 248.000 dollar. In afwachting van de betaling zou de sleepboot niet mogen worden gebruikt en zouden dus ook cruiseschepen en grotere vrachtschepen niet langer veilig de haven kunnen bereiken, met grote schade aan de eilandelijke economie tot gevolg (o.a. gederfde inkomsten en mogelijke schadeclaims) en veel ongemak voor de burgers en bedrijven.

– Op 5 april heeft BOPEC BCN verzocht om uitstel van betaling van de navordering.

– Op 11 april liet BCN BOPEC weten 2 weken uitstel van betaling te verlenen waarbij meteen is gemeld dat na het verlopen van deze termijn onmiddellijk tot het nemen van invorderingsmaatregelen zou worden overgegaan.

– Op 17 april werd het nieuwe, op 8 april aangetreden Bestuurscollege geconfrontreerd met het dossier en de reële dreiging dat de enig beschikbaar sleepboot enkele dagen later aan de ketting zou worden gelegd. Alle denkbare opties om het doemscenario van de sluiting van de haven voor cruiseschepen en vrachtboten af te wenden is aan het bestuurscollege per direct gepresenteerd. Advies die ook al eerder is ingewonnen bij de interne diensten (JAZ, Fin en T&H), het College financieel toezicht, de Directie Luchtvaart en Maritieme Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is tevens aan het Bestuurscollege voorgelegd.

– Vanwege de urgentie heeft het Bestuurscollege op 18 april, na nader overleg met de Rijksvertegenwoordiger en BZK, besloten gebruik te maken van artikel 24 in de finBES-wet dat het toestaat onder strikte voorwaarden een niet-begrote uitgave te doen. De gezaghebber heeft vervolgens op basis van dit artikel namens het gehele Bestuurscollege formeel en beargumenteerd toestemming aan de staatssecretaris van BZK gevraagd om een verplichting aan te gaan voor het betalen van 248.000 dollar aan BCN die niet voorzien is in de begroting 2019.

– De staatssecretaris van BZK heeft, vanwege het grote maatschappelijke belang en na raadpleging van het ministerie van Financiën, vrijwel onmiddellijk (dus op 18 april) toestemming verleend. Daarmee was de dreigende crisis afgewend.

– Het Bestuurscollege is thans met KTK in gesprek over een servicecontract om gebruikers van de haven duurzaam te verzekeren van sleepbootdiensten. Inzet daarbij is dat het OLB voor het aan BCN betaalde bedrag van 248.000 dollar langs enige weg gecompenseerd wordt.

– Via een begrotingswijziging welke inmiddels ter goedkeuring aan de Eilandsraad is voorgelegd wordt de betaling van de 248.000 dollar geheel conform de wetgeving verantwoord.

– De ministeries van BZK en Financiën hebben het Bestuurscollege bevestigd dat het OLB in deze correct en geheel conform de wet- en regelgeving heeft gehandeld. Ook het Cft is die mening toegedaan.

Resumerend: Het Bestuurscollege zag zich kort na zijn aantreden tot zijn grote (en onaangename) verrassing geconfronteerd met een al veel langer slepende kwestie die door het uitblijven van overeenstemming tussen BOPEC en BCN dreigde te escaleren waarbij het functioneren van de haven acuut in gevaar was.

Door te handelen zoals het Bestuurscollege heeft gehandeld is grote directe schade aan de economie en veel ongemak voor burgers en bedrijven, maar ook langdurige schade aan de reputatie van Bonaire als cruisebestemming voorkomen. Door de continuïteit van sleepdiensten zeker te stellen is tevens op geen enkel moment de veiligheid in het geding geweest.

Beweringen als zou het Bestuurscollege niet legaal hebben gehandeld of het ministerie van BZK hebben misleid missen elke grond en dienen niet het algemeen belang, want zij tasten – door het Bestuurscollege ten onrechte in diskrediet te brengen – het imago van heel Bonaire als betrouwbare samenwerkingspartner/bestemming aan.

Het Bestuurscollege hoopt met dit feitenrelaas een streep onder de discussie te kunnen zetten zodat het zich kan wijden aan het werken aan een structurele oplossing van deze kwestie en andere voor de samenleving belangrijke dossiers. Het Bestuurscollege is de eigen diensten en de betrokken ministeries erkentelijk voor hun bijdrage aan het voorkomen van een voor Bonaire rampzalig scenario.

Deel dit artikel