Bonaire

Ingezonden brief: Waarom ik de hond van de buurman heb gestolen

Ingezonden brief: Waarom ik de hond van de buurman heb gestolen

Door Luisa Maria van Lieshout

Ik schrok van wat ik zag. De hond van de buurman zat vast aan een ketting van anderhalve meter. De ketting zat aan een watertank onder de blote hemel. Het zag er heel eenzaam uit. Het was een halfhoge hond, zoals zoveel hier op Bonaire. Chocoladebruin, een witte nek, kleine flapoortjes. Ze leek niet gevaarlijk maar wat weet ik ervan? “Hé liefje”, zei ik tegen de hond, “zit je hier helemaal alleen?” De hond kwispelde, keek afwisselend onderdanig en blij. Dacht ik. Ze hield zich laag, is dat geen teken van onderdanigheid? Ik ging op mijn hurken voor haar zitten. Er stonden twee pannen, een met wat water, de ander met stukken brood. Onder de watertank een ondiepe kuil waar ze misschien wat kon schuilen. “Liefje hoe gaat het?”

Ja, hoe zou het met haar gaan. Ik hoorde dat ze al een jaar aan deze watertank vastzit. 24 uur per dag, 7 dagen in de week. De buurman woont ergens anders. Hij komt eens per dag water en eten neerzetten en vertrekt weer. Dan schijnt hij de hond niet eens even los te laten. Toen ik het hoorde, probeerde ik het niet te horen. Ik weet dat je niets kunt doen. Honden mogen hier mishandeld worden. Als ze niet verhongeren, kunnen de instanties niet veel.

Ik bracht mijn hand langzaam naar haar nek, naar de clip van de ketting. Ze bleef rustig. Ik maakte de ketting los. Ze begon vrolijk om me heen te rennen. Niks mis met deze hond. “Ga je even mee wandelen?” vroeg ik. Mijn eigen hond Charlie rende voor me uit. De hond liep met ons mee. Toen ze bleef staan, lokte ik haar met hondenkoekjes. Na honderd meter kreeg ze het moeilijk. Of dacht ik dat maar? Of zag ik echt dat ze niet meer goed kon lopen?

Sindsdien kon ik niet meer slapen. Ik dacht alleen maar aan de hond van de buurman. En aan de regen van het afgelopen seizoen. En aan de zon. Aan het vuurwerk. Aan haar droge mond. Aan de eenzaamheid. De volgende ochtend ging ik er weer heen, haar water was al op. De buurman zou pas aan het eind van de middag komen. Zat ze hier overdag altijd zonder water? Ik bracht water, maakte haar los, speelde even met haar, legde haar weer vast. Deed haar halsband losser, die zat twee gaatjes te strak. Liet haar een halve dag los. Toen ik terugkwam, lag ze braaf voor het kunukuhuisje te wachten. Ik maakte haar weer vast. Liep met Charlie naar huis met mijn hart in mijn schoenen. Keek om, de hond keek ons na. Charlie rende vrij voor me uit.

Het telefoonnummer van de buurman had ik niet. Wel dat van zijn dochter. Ik appte haar. ‘Beste dochter, hebt u voor mij het nummer van uw vader? Zijn hond zit de hele dag alleen aan de ketting op de kunuku. Ik kan daar niet goed tegen. Ik wil graag bespreken of er een andere oplossing is. Vanochtend was haar water ook op. En haar halsband zat te strak. Ik heb de hond losgemaakt.’ Ik zag dat ze mijn berichtjes meteen las. Maar ze reageerde niet. ’s Middags belde ik haar. Geen gehoor.

De derde nacht hoorde ik dat de hond bleef blaffen. Dat was mijn eigen schuld. “We gaan haar halen”, zei ik tegen Charlie.
Sindsdien is ze bij ons. Ik ben met haar naar de dierenarts geweest, alles was goed. Ze zag en ziet er goed uit. Ik heb een briefje tussen de ketting van de poort van de buurman gedaan. ‘Beste buurman, je hond is bij mij. Bel je me even? 7950345. Groetjes, Luise.’
Nu, een dag later, zit het briefje er nog.

Via via hoorde ik dat de buurman heel kwaad is op mij en stappen gaat ondernemen. Hij wil niet met me praten. Ik ben niet bang voor stappen. Niet voor de politie. Ik ben niet bang om opgepakt te worden. Prima. Wel ben ik bang dat de buurman mijn Charlie gaat vergiftigen. Je mag niet zomaar iemands kunuku betreden. En de hond meenemen. Ik ga dit hoe dan ook verliezen. Ik zou de hond weer bij de buurman aan de ketting moeten leggen. Maar ik kan het niet.

Lees hier meer: de hond van de buurman

Deel dit artikel