Nieuws van Bonaire

Geen harde ingreep op Bonaire, maar wel ‘vrijwillige’ overdracht van de macht

Door René Zwart©

Den Haag – Bonaire wacht geen harde ingreep uit Den Haag, maar een stille coup. Als staatssecretaris Raymond Knops morgen op Flamingo Airport landt heeft hij een concept-bestuursakkoord op zak waarmee het Bestuurscollege een deel van zijn macht voor een periode van minimaal 2 jaar ‘vrijwillig’ overdraagt aan het rijk.

Anders dan op Sint Eustatius blijven de gezaghebber, gedeputeerden en eilandsraadsleden in functie, maar neemt Den Haag de regie wel heel stevig in handen over een grondige reorganisatie van het gehele lokale bestuur en ambtenarenapparaat. Inhoudelijk vertoont het Bestuursakkoord grote overeenkomsten met het plan van aanpak op Statia, zij het dat de te nemen maatregelen in vriendelijkere bewoordingen worden verpakt.

Zo gaat het proces niet geleid worden door een regeringscommissaris, maar door een ‘Programmamanager Bestuursakkoord’ die als ‘onafhankelijke neutrale partij’ een op te richten ‘programmabureau’ zal aansturen. Dat zal grotendeels door BZK te rekruteren ambtenaren worden bemand. Ook aan de overheidsdiensten worden experts uit Nederland toegevoegd.

De conceptversie van het door ambtenaren van BZK geschreven Bestuursakkoord 2018-2022 is maandagavond aan de leden van de Eilandsraad verstrekt. Die krijgen niet meer dan anderhalf etmaal de tijd om het 22 pagina’s tellende document te bestuderen, want Knops wil met een ondertekend exemplaar huiswaarts keren. Het stuk wordt daarom toegevoegd aan de agenda van een reeds voor morgen geplande eilandsraadsvergadering. Daarin zal, zo heeft het ministerie bedacht, een motie ter stemming worden gebracht waarmee de Eilandsraad zijn goedkeuring aan het Bestuursakkoord geeft.

Staan de handtekeningen er eenmaal onder, dan halen de ministeries de hand van de knip en kan – parallel aan de transformatie van het lokale bestuur en ambtenarenapparaat – begonnen worden met het aanpakken van urgente problemen zoals het onderhoud van wegen, sociale huisvesting, arbeidsbemiddeling, kinderopvang, landbouw en sociaaleconomische ontwikkeling. Voorwaarde, zo staat in de concepttekst, is wel dat het lokale bestuur zich aan de afspraken houdt. Mocht dat niet gebeuren, dan behoudt Knops zich het recht voor de geldkraan meteen weer dicht te draaien.

COMMENTAAR I Statia-light

Het ei is eindelijk gelegd: ruim 10 maanden nadat het Bestuurscollege van Bonaire staatssecretaris Knops beloofde een ‘breed gedragen prioriteitenprogramma met actieplan’ op te stellen ligt er een concept-bestuursakkoord voor de periode 2018-2022. Alleen al de moeizame totstandkoming ervan rechtvaardigt dat het Rijk de touwtjes de komende jaren stevig in handen neemt. Want het BC is er in al die tijd niet in geslaagd een behoorlijk plan op papier te krijgen. Het kwam niet verder dan een paar velletjes met uit consultancyboeken gekopieerde volzinnen waarmee het Den Haag van het lijf probeerde te houden.

De getoonde onmacht bood de staatssecretaris de ruimte het initiatief naar zich toe te trekken, mede onder druk van de Tweede Kamer die herhaaldelijk de vrees uitsprak dat Bonaire in bestuurlijke zin zou afglijden naar een bedenkelijk niveau dat tot ingrijpen à la Sint Eustatius zou nopen. Dat ingrijpen wordt nu gedaan, zij het op een chique manier. De lokale democratie blijft in stand, maar intussen wordt wel de bezem gehaald door het openbaar lichaam – van Bestuurscollege en ambtelijk apparaat tot en met de overheidsnv’s en de Eilandsraad. Tegelijkertijd met deze hoognodige professionaleringsoperatie worden concrete problemen aangepakt die door de samenleving al lange tijd als urgent worden ervaren.

Wie het concept leest (zie hieronder) zal al gauw denken: Waarom is dit niet al in januari gebeurd? Of nog beter: Meteen na het uitkomen van het rapport van de Commissie Spies? En: Hoe veel beter zou Bonaire er voor hebben gestaan als niet Knops, maar zijn verre voorganger Bijleveld dit al vóór 2010 had bedacht?

Concept-bestuursakkoord 2018-2022

De Staat der Nederlanden, te dezen vertegenwoordigd door de heer R.W. Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en het openbaar lichaam Bonaire, te dezen vertegenwoordigd door de heer E.E. Rijna, gezaghebber (hierna te noemen : het OLB) , en hierna in gezamenlijkheid te noemen : partijen, overwegende dat:

– Partijen de ambitie delen om samen iedere dag een stap vooruit te zetten om te zorgen dat de inwoners van Bonaire een merkbare positieve verandering in hun leven voelen.

– De burgers van Bonaire gebaat zijn bij een goede samenwerking tussen partijen.

– De burgers van Bonaire gebaat zijn bij efficiënte beleidsvorming, duidelijk gestelde kaders en een gedegen uitvoering en verantwoording hiervan door partijen.

– Het voor een juiste uitvoering van de (wettelijke) verantwoordelijkheden en taken noodzakelijk is gebleken dat er doelen en resultaten worden geformuleerd om dit te bereiken.

– Het OLB en het Rijk de samenwerking willen versterken om de afspraken tot uitvoering te brengen.

– Een ‘hands-on-mentaliteit’ nodig is om in goede samenwerking de doelen te bereiken.

– Voor een juiste uitvoering van de (wettelijke) verantwoordelijkheden en taken aandacht nodig is voor de kwaliteit van de organisatie en het verduurzamen van kennis op de lange termijn.

– De te maken afspraken over doelen en resultaten zien op de versterking van de uitvoeringskracht, de lokale regelgeving en processen en de bestuurlijke kaders waarbinnen de wettelijke taken uitgevoerd dienen te worden en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan prioritaire thema’s, door (de bestuursorganen van) het OLB.

– Afspraken worden gemaakt over de investeringen van partijen in de realisatie van de gestelde doelen en de bijdrage en de wijze waarop partijen hieraan leveren.

– Partijen met het maken van deze afspraken trachten te bewerkstelligen dat het OLB en de bestuursorganen van het OLB optimaal hun wettelijke taken kunnen uitvoeren.

– Partijen hierbij tevens tot afspraken komen om gezamenlijk uitvoering te kunnen geven aan de beleidsdoelen zoals gesteld in het Regeerakkoord en het coalitieakkoord Bonaire.

– Eerder gemaakte afspraken tussen partijen, waaronder lopende projecten, onverminderd van kracht blijven.

– Voorwaarde voor de verstrekking van de financiële middelen uit de Regio Envelop door de Minister van LNV aan de betrokken vakdepartementen en het Openbaar Lichaam Bonaire de ondertekening van het Bestuursakkoord en deugdelijke uitvoering van het Bestuursakkoord, boring van goed bestuur en goed financieel beheer, en goedkeuring door het ministerie van Financiën van de bestedingsplannen voor de uit te voeren projecten is.

– Door het Rijk de beschikbaar te stellen structurele inframiddelen, verstrekt worden onder de voorwaarde dat goed bestuur en financiële verantwoording op een afdoende niveau is geborgd door middel van opvolging van de in het Bestuursakkoord genoemde voorwaarden betreffende de structurele inframiddelen.

– De Eilandsraad van het OLB {toevoegen motie} en het Bestuurscollege bij besluit {toevoegen besluit} heeft .. met het aangaan van dit Bestuursakkoord. > Invoegen: besluit van BC en uitslag van stemming ER en motie.

Komen het volgende overeen: het “Bestuursakkoord Bonaire 2018 – 2022 (inclusief de uitvoeringsagenda’s)”, dat integraal onderdeel uitmaakt van deze overeenkomst, onder de hierna volgende voorwaarden.

Artikel 1 Periodieke rapportage en overleg

  1. Het Rijk stelt een onafhankelijke Programmamanager Bestuursakkoord (hierna te noemen: Programmamanager BA) aan die zorgdraagt voor een goede samenwerking en die de uitvoering van het Bestuursakkoord actief aanstuurt, monitort en toeziet op de coördinatie en de voortgang van het programma. De voordracht voor een Programmamanager BA vindt in overleg met het Bestuurscollege plaats en is tot stand gekomen op basis van vereiste deskundigheid en aantoonbare geschiktheid zoals gesteld in het functieprofiel. De benoeming van de Programmamanager BA door het Rijk behoeft de instemming van het Bestuurscollege. De Programmamanager BA legt verantwoording af aan enerzijds het OLB (BC) en anderzijds aan het ministerie van BZK (directeur Koninkrijksrelaties). De Programmamanager BA acteert als een onafhankelijke en neutrale partij en opereert hiermee tussen het OLB, het Rijk, en de Rijksvertegenwoordiger. Om de samenwerking en de voortgang soepel te laten verlopen heeft de Programmamanager BA regelmatig contact met het Bestuurscollege, de Rijksvertegenwoordiger (als lokale schakel van het Rijk) en de directeur Koninkrijksrelaties (zie lid 2). Het Bestuurscollege en de Rijksvertegenwoordiger kunnen de voortgang op gezette tijden ook in hunreguliere overleg bespreken.
  2. De Programmamanager BA rapporteert elke vier maanden en legt verantwoording af over de geboekte voortgang van deze overeenkomst in een voortgangsrapportage aan het Bestuurscollege (Gezaghebber en gedeputeerden) en aan de directeur Koninkrijksrelaties en Rijksvertegenwoordiger. Op elke voortgangsrapportage volgt binnen vier weken een voortgangsoverleg Bestuursakkoord tussen het Bestuurscollege, de directeur Koninkrijksrelaties, de Rijksvertegenwoordiger, de Eilandsecretaris en de Programmamanager BA om de rapportage te bespreken.
  3. De voortgangsrapportage gaat in ieder geval in op de uitvoering en de geboekte voortgang van al hetgeen overeengekomen is in deze overeenkomst, waarvan het Bestuursakkoord integraal onderdeel uitmaakt.
  4. Op 1 maart 2019 wordt de eerste voortgangsrapportage door de Programmamanager BA opgeleverd aan het Bestuurscollege en aan de directeur Koninkrijksrelaties en de Rijksvertegenwoordiger.
  5. De voortgangsrapportage wordt tevens standaard geagendeerd in de Stuurgroep Caribisch Nederland1 en in de Bestuurlijke Ronde waarin een lid van de Stuurgroep Caribisch Nederland op Bonaire met het Bestuurscollege en stakeholders spreekt over de geboekte voortgang.

Artikel 2 Opvolging afspraken

  1. In elke voortgangsrapportage vat de Programmamanager BA samen welke afspraken wel of niet zijn nagekomen binnen de gestelde deadlines.
  2. De voortgangsrapportage Bestuursakkoord wordt besproken in het voortgangsoverleg Bestuursakkoord (zie artikel 1). Dit overleg dient er toe om gezamenlijk vast te stellen welke voortgang er geboekt is.
  3. In geval de voortgang (op deelterreinen) niet bewerkstelligd wordt, of in geval de afspraken niet zijn nagekomen dient dit overleg ook om gezamenlijk de nakoming van de afspraken alsnog te bewerkstelligen dan wel andere afspraken te maken.
  4. Indien er na het voortgangsoverleg Bestuursakkoord (derde lid) geen zicht is op nakoming van de afspraken, organiseert de Programmamanager BA binnen twee weken een overleg tussen het Bestuurscollege en directeur-generaal Koninkrijksrelaties. In dit overleg wordt gezamenlijk getracht de samenwerking te verstevigen en nakoming van de afspraken alsnog te bewerkstelligen. Over de uitkomst van dit overleg wordt aan de Stuurgroep Caribisch Nederland gerapporteerd.
  5. Indien nakoming van de afspraken niet wordt bewerkstelligd en er geen oplossing gevonden wordt in het in het vierde lid genoemde overleg, kan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, na afstemming met de betrokken bewindspersonen, besluiten om de verstrekking van middelen (in de vorm van personele inzet of financieel), voor zover die gekoppeld zijn aan de nakoming van de desbetreffende afspraak of afspraken, per direct tot nader orde stop te zetten.
  6. Indien nakoming van de afspraken vervolgens niet wordt bewerkstelligd, wordt het vraagstuk zo spoedig mogelijk geagendeerd in de Stuurgroep Caribisch Nederland, de Bestuurlijke Ronde waar een lid van de Stuurgroep Caribisch Nederland met het Bestuurscollege spreekt, het Bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland en/of gesprekken met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 3 Tussentijdse wijziging van de overeenkomst dan wel beëindiging van de overeenkomst

  1. Tussentijdse wijziging van deze overeenkomst, waarvan het Bestuursakkoord integraal onderdeel uitmaakt, kan enkel met wederzijdse schriftelijke goedkeuring en overeenstemming over het tijdstip en de wijze waarop plaatsvinden. Ingeval één der partijen deze overeenkomst, waarvan het Bestuursakkoord integraal onderdeel uitmaakt, tussentijds wenst te wijzigen dan wordt dit kenbaar gemaakt in het periodiek overleg, als bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, en dan worden hierover door partijen afspraken gemaakt.
  2. Beëindiging van deze overeenkomst, waarvan het Bestuursakkoord integraal onderdeel uitmaakt, kan enkel met wederzijdse schriftelijke goedkeuring en overeenstemming over het tijdstip en de wijze waarop plaatsvinden. Ingeval één der partijen deze overeenkomst, waarvan het Bestuursakkoord integraal onderdeel uitmaakt, wens te beëindigen dan wordt dit kenbaar gemaakt in het periodiek overleg, als bedoeld in artikel 1 van deze overeenkomst, en dan worden hierover door partijen afspraken gemaakt.

Artikel 4 Inwerkingtreding en duur van de overeenkomst

Deze overeenkomst, waarvan het Bestuursakkoord integraal onderdeel uitmaakt, treedt in werking op het moment dat deze is ondertekend door beide partijen en eindigt op 31 december 2022.

Inleiding

Het Openbaar Lichaam Bonaire (hierna te noemen: OLB) en het Rijk werken samen om gezamenlijk een bijdrage te leveren aan de duurzame ontwikkeling van Bonaire. Belangrijke punten waarop moet worden samengewerkt zijn onder andere het faciliteren van veilige wegen, het verschaffen van betaalbaar en gezond voedsel en het creëren van voldoende betaalbare sociale woningen, omdat het zichtbare effect voor de burger van Bonaire nog niet voldoende is geweest. Het OLB en het Rijk spreken zich in dit Bestuursakkoord uit gezamenlijk de schouders eronder te willen zetten, en stappen vooruit te willen zetten.

Dit Bestuursakkoord vertaalt deze gezamenlijke ambitie in concrete acties en afspraken. Het legt de verbinding tussen de partijen om te komen tot een praktische samenwerking en een gezamenlijk handelen op de terreinen daar waar dat het hardste nodig is. In de eerste helft van 2018 zijn er verschillende gesprekken gevoerd tussen het Bestuurscollege (hierna te noemen: BC) van Bonaire en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna te noemen: staatssecretaris van BZK). Tijdens deze gesprekken en in de brief van onder andere 6 februari 20182, is door de staatssecretaris van BZK gevraagd aan het BC om de beleidsprioriteiten van Bonaire kenbaar te maken. Het BC heeft keuzes gemaakt en heeft negen prioritaire thema’s aangewezen: versterken bestuurskracht, hervorming structuur overheidsvennootschappen, hervorming gronduitgiftebeleid, financieel beheer, ontwikkeling toerisme en verhoogde inkomsten uit toerismebelasting, wegen en waterhuishouding, werk en inkomen, sociale huisvesting, en de ontwikkeling van landbouw, en veeteelt en visserij. Deze thema’s vormen de basis van het Bestuursakkoord. Daarnaast zijn in het Bestuursakkoord de thema’s Kinderopvang en Sociaaleconomische ontwikkeling opgenomen.

Het OLB streeft, samen met het Rijk, naar een optimaal welvaarts- en welzijnsniveau voor de huidige en toekomstige generaties van Bonaire. De vastgestelde beleidsprioriteiten dienen dit streven, en ondersteunen een stevig en duurzaam fundament voor een samenleving waarin burgers in hun levensbehoeften zijn voorzien. De dienstverlening door de overheid aan burgers en ondernemers dient, vanuit hetzelfde oogpunt, van een adequaat niveau te zijn. Om beleid te kunnen voeren dat op deze missie aansluit, legt het OLB haar prioriteit bij een gezond financieel beheer en het bouwen van een deugdelijk bestuur met voldoende bestuurskracht. Daarnaast zijn prioriteiten geïdentificeerd die van een fundamenteel belang zijn voor de sociaaleconomische ontwikkeling op Bonaire. Ze bevatten zowel reguliere taken van het OLB die op een acceptabel niveau moeten worden gebracht, als additionele taken die noodzakelijk worden geacht voor het bereiken van de maatschappelijke doelen die zowel het BC als het Rijk voor ogen hebben.

De thema’s zoals hierboven beschreven zijn de basis van dit Bestuursakkoord. Dit wil echter niet zeggen dat op andere terreinen door het BC en het Rijk geen inzet gepleegd wordt en gepleegd blijft worden. Ook op onderwerpen als veiligheid, openbare orde, onderwijs, jeugdbeleid, haven, milieu, water, energie en brandstof wordt samengewerkt en wordt ondersteuning geboden. Bestaande afspraken zullen dan ook blijven bestaan.

Om tot zichtbare resultaten te komen moet de slagkracht en de uitvoeringskracht van het lokale bestuur worden verbeterd. Het OLB werkt aan goed bestuur, met een kordaat BC, en een robuust, professioneel en slagvaardig ambtelijk apparaat. Het is van belang dat er transparante besluitvormingsprocessen zijn en er goede controle is op de uitvoering van BC besluiten en die van de Eilandsraad. Ook moet er een sterke taakafbakening komen tussen het BC en het directieteam, dat op volle sterkte het ambtelijk apparaat integraal en consequent aanstuurt. Essentieel voor succes op deze thema’s is de verbetering van de ambtelijke organisatie en het eilandelijk bestuur. De basis moet op orde zijn. In hoofdstuk 1, 2 en 3 wordt invulling aan deze basis gegeven. Het openbaar lichaam kan namelijk pas optimaal functioneren als er voldoende uitvoeringskracht met de nodige kennis is (hoofdstuk 1), het bestuur efficiënt, doelgericht en integer handelt (hoofdstuk 2) en de kaders helder zijn (hoofdstuk 3). Als de basis op orde is kan er effectiever uitvoering worden gegeven aan de inhoudelijke prioritaire thema’s. In hoofdstuk 4 worden afspraken gemaakt over de invulling en uitvoering van deze thema’s. Het doel van het gezamenlijk handelen wordt hierdoor helder, en de weg hiernaartoe wordt uiteengezet.

De contouren van de uitvoering van alle prioriteiten zijn verder gespecifieerd in de uitvoeringsagenda’s in de bijlage. Elk prioritair thema zoals aangewezen door het BC heeft een eigen uitvoeringsagenda, waarin doelen, acties, middelen en planningen worden geschetst. De uitvoeringsagenda’s maken integraal onderdeel uit van het Bestuursakkoord.

Monitoring

Het OLB en het Rijk committeren zich in dit Bestuursakkoord om samen te werken door duidelijke afspraken te maken die op resultaat sturen. Dit vraagt een gezamenlijk monitorings- en sturingsinstrument. Hiervoor wordt door het BC en het Rijk gezamenlijk een programmabureau opgericht dat zorg draagt voor de realisatie van de beleidsprioriteiten en monitoring van de gemaakte afspraken die het OLB en het Rijk gezamenlijk hebben gemaakt en in samenwerking uitvoeren. Hiervoor wordt een Programmamanager Bestuursakkoord (hierna te noemen: Programmamanager BA) aangesteld voor minimaal 2 jaar met mogelijkheid tot verlenging die wordt gefaciliteerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna te noemen: BZK) (zie artikel 1 en 2 van de overeenkomst). De Programmamanager BA is niet verbonden aan één van de partijen, maar is verantwoordelijk voor de uitvoering van het totaal. De Programmamanager BA schakelt op resultaten met partijen en spreekt hen aan op de voortgang, afspraken, inzet van middelen, besluitvorming etc.

Dat betekent ook dat de Programmamanager BA verantwoording aflegt aan enerzijds het OLB (BC) en anderzijds aan het ministerie van BZK (directeur KR). In december 2020 wordt de uitvoering van het Bestuursakkoord geëvalueerd; op dat moment komt ook de verlenging van het contract van de Programmamanager tot eind 2022 ter sprake. De programmamanager heeft zowel binnen het OLB als binnen het stafteam van de Rijksvertegenwoordiger (hierna te noemen: RV) een werkplek en volledige beschikking tot voorzieningen. De Programmamanager leidt het programmabureau dat gezamenlijk door het BC en het Rijk wordt samengesteld en bestaat uit vertegenwoordigers uit verschillende onderdelen. De vertegenwoordigers vanuit de verschillende directies van het OLB krijgen voldoende ruimte om met een duidelijk mandaat en met voldoende beschikbare tijd het programmabureau optimaal te kunnen laten werken en de samenwerking tussen het OLB en het Rijk goed vorm te geven. Het programmabureau bestaat uit:

– (Senior-)beleidsmedewerker/adviseur vanuit directie S&Z

– (Senior-)beleidsmedewerker/adviseur vanuit directie R&O

– (Senior-)beleidsmedewerker/adviseur vanuit afdeling Juridische en Algemene Zaken

– Vertegenwoordiger namens het Eilandsecretariaat

– Vertegenwoordiger(s) vanuit het ministerie van BZK namens het Rijk/stafteam van de RV

In lijn met contract met de Programmamanager BA zal de opdrachtgever na één jaar een functioneringsgesprek voeren waarbij voortgang, resultaten en geschiktheid in combinatie met verlening van het contract besproken worden.

– Desgewenst en op initiatief van de Programmamanager BA, het OLB of het ministerie van BZK kunnen vertegenwoordigers na goedkeuring van de Programmamanager BA van en/of namens het Rijk (tijdelijk) toegevoegd worden aan het programmabureau

Het OLB en het Rijk werken samen om te zorgen dat het OLB een duurzame, stabiele en dienstverlenende organisatie wordt, die ten dienste staat van de inwoners van Bonaire. Als afspraken met betrekking tot de prioriteiten niet worden gerealiseerd, wordt gezamenlijk bekeken waarom dat het geval is en welke acties kunnen worden ingezet om die alsnog te behalen. De Programmamanager BA signaleert mogelijke risico’s met betrekking tot de voortgang en neemt deze mee in de voortgangsrapportage Bestuursakkoord. In het voortgangsoverleg Bestuursakkoord wordt getracht om tot gezamenlijke oplossingen te komen (zie artikel 1, 2 en 3 van de overeenkomst).

Financiële paragraaf

Bij het stellen van prioriteiten en bij het invullen van taken gaat het ook om de mate waarin het OLB of het Rijk financieel in staat zijn of worden gesteld om die taken adequaat uit te voeren. Het kabinet trekt dit vraagstuk breed en geeft in het Regeerakkoord (financiële) ruimte aan het OLB. In het Regeerakkoord zijn voor Bonaire middelen voor exploitatie van de infrastructuur beschikbaar gesteld (2,75 miljoen euro per jaar) en is er incidenteel 9,5 miljoen euro uit de Regio Envelop5 door het kabinet voorwaardelijk beschikbaar gesteld. Voorwaarde voor het verstrekken van de financiële middelen uit de Regio Envelop door de minister van LNV (Regio Portefeuille) aan de betrokken vakdepartementen en het OLB, is de ondertekening en uitvoering van dit Bestuursakkoord, het realiseren van goed bestuur en goed financieel beheer, goedkeuring door het ministerie van Financiën van de bestedingsplannen voor de uit te voeren projecten is, en de in dit Bestuursakkoord gestelde voorwaarden. Verder stelt het kabinet voor verschillende eilandelijke taken extra middelen ter beschikking. Zie bijvoorbeeld de in de kabinetsreactie op het onderzoek naar een ijkpunt bestaanszekerheid Caribsch Nederland beschreven intensiveringen bij sociale woningbouw, verlaging woonlasten (tegemoetkoming in huurlasten), nutsvoorzieningen en kinderopvang. Deze maatregelen worden in de komende periode samen met het Bestuurscollege uitgewerkt, waarbij ook duidelijk wordt welke bedragen het kabinet hiervoor ter beschikking stelt. Tenslotte wordt er, zoals in dit akkoord is overeengekomen, gerichte expertise of ruimte in het vooruitzicht gesteld ter ondersteuning bij het invullen van taken onder de in het Bestuursakkoord genoemde voorwaarden en faseringen.

  1. Versterken uitvoeringskracht

De ambtelijke organisatie van het OLB moet meer op kracht komen om de burger van goede dienstverlening te voorzien en om de doelstellingen van het OLB tot uitvoering te brengen. Het OLB kampt met een onevenwichtig personeelsbestand; er zijn ongeveer 380 ambtenaren in dienst bij het OLB, waarvan een relatief groot aantal tegen de pensioengerechtigde leeftijd aanzit. Ondanks deze formatie beschikt het OLB niet over voldoende gerichte expertise om voldoende resultaten te boeken en tegelijkertijd effectief en efficiënt te zijn. Verbetering is nodig. Hiervoor is het van belang dat de organisatie voldoende bemenst is, dat medewerkers op de juiste plek werkzaam zijn en over voldoende kennis en vaardigheden beschikken.

Een analyse van het gehele ambtenarenapparaat met een bijbehorend verbeterplan voor de organisatie is essentieel: de analyse is een belangrijke stap om het Bestuursakkoord te realiseren en daarmee de samenwerking optimaal te laten functioneren. In de analysemoet onder andere gekeken worden hoe de diverse openstaande formatieplaatsen zich verhouden tot de huidige capaciteit. Daarnaast is het van belang dat helder is wie voor welke taken aan de lat staan, hoe kwaliteit en kennis wordt geborgd, hoe de taakverdeling (management, beleid, uitvoering) is ingericht, hoe de werkprocessen beschreven zijn, hoe de ambtelijke capaciteit is verdeeld en of en hoe sleutelfuncties tijdig zijn en worden ingevuld. De analyse van de processen en het apparaat leidt onder andere tot een verbeterplan waarbij aandacht is voor kwaliteitsverbetering, kennismanagement, de realisatie van een (geactualiseerd) capaciteitsplan, de budgettaire consequenties en de inzet vanuit zowel het OLB als het Rijk. In het verbeterplan is er ook aandacht voor het hanteren van adequate functieprofielen in de gehanteerde en gedocumenteerde benoemingsprocedures. Daarnaast is de samenwerking tussen het bestuur en het ambtelijk apparaat, de rol en ondersteuning van de gezaghebber, gedeputeerden, eilandsraadsleden en eilandsecretaris onderdeel van het verbeterplan. Om tot deze basisvoorwaarde voor vooruitgang te komen worden de volgende afspraken gemaakt:

1) Analyse ambtelijke organisatie en organisatiestructuur

– In februari 2019 start de door het ministerie van BZK beschikbaar gestelde P&O-expert (zie paragraaf 3) samen met de directeur Bedrijfsvoering & ondersteuning (hierna te noemen: B&O) en de Eilandsecretaris (hierna te noemen: de ES) namens het BC met het in kaart brengen van de effectiviteit van het ambtenarenapparaat. Dit gebeurt op basis van de capaciteit van de huidige fte’s en de taken. De P&O-expert wordt geplaatst binnen de afdeling P&O en valt hiermee onder de verantwoordelijkheid van de directeur B&O.

– Deze analyse geeft een structurele, stevige en realistische opzet van het versterken van de uitvoeringskracht van het OLB.

– De analyse leidt onder andere tot een verbeterplan voor de gehele organisatie van het OLB waarbij aandacht is voor kwaliteitsverbetering, kennismanagement en de realisatie van een (geactualiseerd) capaciteitsplan en hoe met budgettaire consequenties van het uitvoeren van het verbeterplan moet worden omgegaan. Dit moet uiteindelijk leiden tot structurele en duurzame invulling van een kwalitatief goed functionerende organisatie.

– De analyse wordt begeleid door een klankbordgroep met deelname van een vertegenwoordiger van het OLB, een vertegenwoordiger van het ministerie van BZK en (de staf van) de Rijksvertegenwoordiger. In de klankbordgroep wordt ook gesproken over de (budgettaire) consequenties van de invulling van het capaciteitenplan, en de wijze waarop hier door het OLB en waar nodig door samenwerking met het Rijk invulling aan kan worden gegeven.

– De P&O expert staat bij de analyse en de uitvoering van de acties die hieruit voortkomen in nauw contact met het directieteam van het OLB. De analyse en het verbeterplan en de hieruit voortvloeiende acties voor de verschillende directies wordt een terugkerend agendapunt in het directieteam. Het BC start in februari 2019 met het verbeterplan voor de dienst Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). De reorganisatie van de dienst LVV is één van de voorwaarden voor de toekenning van de middelen uit de Regio Envelop (zie hoofdstuk 4.1 landbouw).

– Het BC start, als onderdeel zijnde van de hierboven beschreven analyse, in maart 2019 met het opstellen van een deelverbeterplan voor de dienst R&O wat moet leiden tot een directie die zijn taken voldoende kan vervullen. Het deelverbeterplan gaat onder andere in op de succesfactoren van geslaagde projecten en bevat een voorstel voor een goede uitvoering. Het ministerie van I&W is bereid bij het opstellen van het verbeterplan voor de dienst R&O ondersteuning te bieden.

2) Voldoende functies en de juiste mensen op de goede plek

– De ES en het BC zorgen dat het ambtenarenapparaat in voldoende mate geëquipeerd is om zijn taken te volbrengen. De precieze invulling is afhankelijk van de uitkomsten van de analyse en eventuele herverdeling van functies en personeel binnen de organisatie. Dit wordt in een capaciteitsplan uitgewerkt. Indien ES en BC signaleren dat de uitvoeringskracht van het OLB achterblijft, dan wordt dit met het ministerie van BZK besproken.

– Vanaf juli 2019 worden de uitkomsten van de analyse opgevolgd (formatie aanpassen, herplaatsen medewerkers, benodigde functies creëren, benodigde trainingen starten, etc.). Het BC geeft opdracht om hier voldoende middelen voor te reserveren.

– Dit houdt in dat het OLB zich inzet voor een goed werkende organisatie, en in dit kader zorgt dat de onderstaande functies door het OLB worden ingevuld dan wel gecreëerd:

– De directie R&O wordt aangevuld met één of meerdere medewerker(s). De analyse van de organisatie wijst uit om welke specifieke kennis en functies dit gaat. Het Rijk levert, indien noodzakelijk, een tijdelijke kracht aan om de overbrugginsfase voor besluitvorming voor aanpassen formatie te overbruggen (max. zes maanden).

– De directie S&Z wordt aangevuld met één of meerdere medewerker(s). De analyse van de organisatie wijst uit welke specifieke kennis en functies benodigd zijn. Het Rijk levert, indien noodzakelijk, een tijdelijke kracht om besluitvormingsfase over de formatie te overbruggen (max. zes maanden).

– De afdeling Juridische en Algemene Zaken wordt aangevuld met één of meerdere medewerker(s). De analyse van de organisatie wijst uit om welke specifieke kennis en functies dit gaat. Het Rijk levert, indien noodzakelijk, een tijdelijke kracht om besluitvormingsfase over de formatie te overbruggen (max. zes maanden).

– De afdeling P&O van de directie B&O wordt aangevuld met één of meerdere medewerker(s). De analyse van de organisatie wijst uit welke specifieke kennis en functies benodigd zijn. Het Rijk levert, indien noodzakelijk, een tijdelijke kracht om besluitvormingsfase over de formatie te overbruggen (max. zes maanden).

– Het BC stelt (een) verantwoordelijke beleidsmedewerker(s) aan voor het dossier woningmarktbeleid/sociale huisvesting bij de directie Samenleving en Zorg (S&Z) en de directie Ruimtelijke Ordening (R&O). Deze inzet is voorwaardelijk voor de inzet vanuit het Rijk (zie hoofdstuk 4.6).

Het Rijk draagt bij met het volgende:

– Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is bereid voor de opzet van het jobcentrum middelen voor een lokale medewerker arbeidsbemiddeling van 1fte gedurende 12 maanden beschikbaar te stellen. Toekenning van deze inzet is onder voorbehoud van accordering van het implementatieplan job centrum (zie hoofdstuk 4.2).

– Het ministerie van SZW is bereid middelen voor een (bij voorkeur lokale) teamleider voor het jobcentrum gedurende 12 maanden beschikbaar te stellen. Toekenning van deze inzet is onder voorbehoud van accordering van het implementatieplan job centrum (zie hoofdstuk 4.2)

– Het jobcentrum sluit aan bij de inspanningen en resultaten van de twinning arbeidsbemiddeling. Het ministerie van SZW zet deze twinning voort en levert hiermee een programma manager en een medewerker arbeidsbemiddeling van in totaal 2fte doorlopend tot en met mei 2019, die de opzet van het jobcentrum ondersteunen (zie hoofdstuk 4.2).

– Het ministerie van SZW bevestigt de eerder gemaakte afspraak om de komende periode te benutten voor experimenten en ontwikkeling van arbeidsbemiddeling en daarvoor tijdelijke financiering ter beschikking te stellen. Op het moment dat er een goed lopend jobcentrum is en helder is welke arbeidsmarktinstrumenten nodig zijn en tot het gewenste resultaat leiden, trekken het OLB en het ministerie van SZW samen de conclusies over verduurzaming en spant het ministerie van SZW zich in voor structurele financiering.

– Het ministerie van SZW levert in het kader van het programma Kinderopvang BES(t) 4 kids ondersteuningsbudget om de projectorganisatie in te richten, waaronder een lokale projectleider. Tevens levert het ministerie van SZW een programmamanager BES(t) 4 kids. Toekenning van deze inzet is onder voorbehoud van accordering van programmaplan BES(t) 4 kids (zie hoofdstuk4.3).

– Het ministerie van LNV stelt via de door het kabinet beschikbaar gestelde Regio Envelop een programmamanager (1fte) voor 12 maanden aan die samen met het OLB zorgt dat het programma landbouwontwikkeling uitgevoerd wordt. Doel is het opzetten van een slachthuis en professionalisering van de geitenhouderij (zie hoofdstuk 4.6).

– Het ministerie van LNV levert middelen zoals benoemd in de MoU (€250.000) voor het aanstellen van een projectleider die verantwoordelijk is voor het voor het goede verloop van het reorganisatieproject van Dienst LVV en de inrichting van het LVV-terrein. Middelen vanuit het ministerie van LNV zoals benoemd in de MoU worden toegekend nadat het BC opdracht heeft gegeven tot het opstellen van het plan van aanpak reorganisatie Dienst LVV (zie hoofdstuk 4.6).

– Het ministerie van BZK levert een financieel expert van in totaal 1fte gedurende maximaal 12 maanden om het hoofd van de directie Financiën te ondersteunen in zijn/haar taak en kennis over te dragen aan ambtenaren van de directie. Voorwaarde voor financiering is dat er sprake is van een stabiele counterpart waaraan de financieel expert gekoppeld wordt (zie hoofdstuk 3.2).

– Het ministerie van BZK levert een expert op gebied van P&O van in totaal 1fte gedurende 12 maanden om te ondersteunen bij de doorlichting van de organisatie, het inrichten van een p-cyclus, en bij het opstellen van mobiliteit bevorderende maatregelen. De P&O-expert wordt geplaatst binnen de afdeling P&O en valt hiermee onder de verantwoordelijkheid van de directeur B&O. Voorwaarde voor financiering is dat er sprake is van een stabiele counterpart die de P&O expert ondersteunt in zijn/haar taak en die kennis overdraagt aan de ambtenaren van de directie.

– Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) stemt ermee in dat middelen uit de structurele inframiddelen worden gebruikt voor het financieren van capaciteit bij de directie R&O voor in het bijzonder het dossier Wegen (zie hoofdstuk 4.1). Indien gewenst, levert de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) en het ministerie van BZK geschikte kandidaten aan.

– Het ministerie van I&W stelt 2 fte’s beschikbaar voor de dienst R&O gedurende drie jaar.

– Het ministerie van BZK levert in samenwerking met een Europees Nederlandse gemeente/VNG of het Rijksvastgoedbedrijf een expert op het gebied van gronduitgiftebeleid. De expert stelt samen met het OLB het implementatieplan Kadernota Grondbeleid Bonaire op en maakt een start met de uitvoering van het implementatieplan (zie hoofdstuk 3.5).

– Het OLB en het Rijk evalueren in het voortgangsoverleg Bestuursakkoord of de capaciteit die door beide partijen is gegenereerd om de prioriteiten tot uitvoering te laten komen voldoende is. Indien afspraken niet worden gerealiseerd, wordt gezamenlijk bekeken waarom dat het geval is en welke acties door de partijen kunnen worden ingezet om die alsnog te behalen

3) Sleutelfuncties

– Het is van belang dat de sleutelfuncties (directeuren, afdelingshoofden) te allen tijde zijn ingevuld, en in geval van wisselingen zo spoedig mogelijk worden ingevuld door professionele en gekwalificeerde mensen. Hiertoe worden onderstaande afspraken gemaakt:

– De ES, met besluitvorming door of namens het BC, zorgt dat onderstaande

functies te allen tijde duurzaam zijn ingevuld:

– Directeur directie Bedrijfsvoering & ondersteuning.

– Directeur directie Ruimtelijke ordening.

– Directeur directie Samenleving en Zorg.

– Directeur Handhaving en Toezicht.

– Hoofd van de dienst LVV.

– Hoofd van de afdeling Juridische Zaken.

– Hoofd van de afdeling Financiën.

– Hoofd van de afdeling Personeelszaken.

– Het OLB maakt een overzicht van de sleutelfuncties en een planning om deze functies structureel in te vullen. Het gaat om een strategisch kader op managementniveau. Dit resulteert in ingevulde sleutelfuncties per mei 2019. Indien nodig, draagt het Rijk (het ministerie van BZK coördineert) interim kandidaten aan om de posities tijdelijk in te vullen. Als sleutelfuncties opnieuw vrijkomen, zorgt het BC dat de functies binnen drie maanden zijn ingevuld.

– Het BC start in mei 2019 met het ontwikkelen van een methodiek voor werving en selectie. Deze methodiek stelt het BC in staat om tijdig te starten met de werving en selectie van personeel en goede keuzes te maken bij het invullen van functies.

– De functie van directeuren en afdelingshoofden worden ingevuld door professionals met de relevante opleiding en werkervaring. Hiertoe worden gedegen functieprofielen opgesteld en benut, en zorgvuldige en gedocumenteerde sollicitatieprocedures gehanteerd.

– De ES, de directeur BO en een nader te bepalen directeur van het OLB vormen samen een Management-benoemingscommissie (hierna te noemen: MBC). Deze MBC wordt na ondertekening van dit Bestuursakkoord geïnstalleerd. De MBC stelt functieprofielen vast, kijkt vooraf mee bij voorgenomen benoemingen en adviseert hierover via de ES aan het BC. De samenstelling van de MBC is afhankelijk van de voordracht en voorgenomen benoeming. Indien

het gaat om invulling van een directeursfunctie, zal de MBC bestaan uit de ES, de directeur B&O (indien het niet die functie betreft) en een directeur van een niet betrokken directie. Indien het gaat om invulling van een afdelingshoofdfunctie, zal de MBC bestaan uit de ES, de directeur B&O en de directeur waaronder het afdelingshoofd valt

– Personeelsbesluiten en overeenkomsten van opdrachten worden door het BC voor de ingangsdatum van het personeelsbesluit of de overeenkomst ter goedkeuring aan de RV voorgelegd. Als er bijzonderheden zijn en bijvoorbeeld tijdige aanbieding van het dossier (daardoor) niet mogelijk is, zorgt het BC voor een toelichting. Het BC zorgt ervoor dat enkel complete dossiers ter goedkeuring aangeboden worden.

– Het BC neemt medio 2019 een standpunt in over het uitgangspunt dat elke gedeputeerde de beschikking heeft over maximaal één (politiek) adviseur en dat de overige ondersteuning van het BC via de structurele ambtelijke kanalen verloopt. De politiek adviseur van de gedeputeerde adviseert over politieke en beleidsmatige zaken en wordt aangesteld op basis van een gericht functieprofiel.

3) Versterken bestaande uitvoeringskracht

– Het ministerie van BZK zet het Talent Ontwikkel Programma (TOP Bonaire) en het TOPTraineeship tot tenminste september 2022 voort om lokale kennis te ontwikkelen en capaciteit te versterken.

– Het OLB en het ministerie van BZK committeren zich om een ( “denktank” te realiseren waarin (oud)deelnemers van TOP participeren om specifieke ideeën uit te werken en waar mogelijk taken uit te voeren. Hierbij wordt projectmatig over grenzen van directies en tussen het OLB, de RCN en ministeries gewerkt. Deze denktank wordt gefaciliteerd door de directie B&O (afdeling P&O) en het cluster Bestuurlijke Ontwikkeling van het DG Koninkrijksrelaties.

– Het Rijk faciliteert samen met gemeentelijke netwerken trainingen om de met name financiële kennis van ambtenaren te vergroten.

– Het BC legt een advies voor aan de ER om voldoende en structureel budget vrij te maken voor trainingen en opleidingen en zorgt dat medewerkers over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om hun taken naar behoren uit te voeren. Uit de analyse van het ambtenarenapparaat komt naar voren waar de hiaten in de kennis en kunde van de medewerkers van de organisatie zitten. Het BC geeft hier opvolging aan in samenwerking met het ministerie van BZK.

– Het OLB geeft in 2019 vervolg aan het lopende management development (MD) traject.

  1. Versterken van het bestuur

Een goed functionerend en integer bestuur draagt bij aan de legitimiteit van overheidshandelen. Goed bestuur is resultaatgericht, behoorlijk en responsief.6 Een integer en stabiel bestuur is effectiever en efficiënter in staat om de taken uit te voeren en diensten te leveren waar de inwoners recht op hebben. Om goed bestuur te bewerkstellingen worden de onderstaande afspraken gemaakt.

1) Transparante organisatie

Als algemeen uitgangspunt geldt dat besluiten van bestuursorganen openbaar zijn en dat er een actieve plicht is om deze openbaar te maken. Transparantie is noodzakelijk om derden toegang te geven tot besluitvorming en hen in staat te stellen verantwoordelijke partijen aan te spreken. Het openbaar maken van besluitvorming van het BC en de ER is verplicht gesteld in de WolBES – het is zaak om hier actief opvolging aan te geven.

– De gezaghebber en griffier maken voor april 2019 afspraken over hoe de openbaarmaking van besluiten van de ER en het BC wordt verbeterd.

– Openbare besluitlijsten van de bijeenkomsten van ER en BC worden in de eerstvolgende bijeenkomst vastgesteld en vervolgens direct online geplaatst door de griffie van respectievelijk het BC en de ER.

– Het reeds gestarte project om te de stukkenstroom van het OLB te digitaliseren wordt voorgezet. Dit resulteert uiterlijk december 2019 in een digitaal systeem voor het gehele OLB.

2) Verkiezingen en nieuwe bestuurders

Het is van belang om aantredende bestuurders te screenen voordat zij aantreden. Het ministerie van BZK heeft voor Europees Nederland hiervoor verschillende instrumenten ontwikkeld, vele te gebruiken op vrijwillige basis.

– Het ministerie van BZK faciliteert en financiert een onafhankelijke organisatie die in waarneming van de Eilandsraadverkiezingen van maart 2019 voorziet.

– Met steun van het ministerie van BZK, de VNG en de Vereniging van Wethouders worden er voor en na de verkiezingen trainingen voor potentiële nieuwe bestuurders en Eilandsraadsleden georganiseerd. Hierin is aandacht voor de onderlinge samenwerking, wisselwerking met het ambtelijke apparaat en (inter-)bestuurlijke en juridische kaders.

– Het ministerie van BZK stelt de Basisscan integriteit beschikbaar die ressorteert onder de gezaghebber. Deze integriteitstoetsing wordt gebruikt bij de benoeming vaneilandgedeputeerden.

3) Mobiliteit

Met de ondertekening van dit Bestuursakkoord moeten en gaan er belangrijke stappen gezet worden om de uitvoeringskracht van het OLB te versterken. Los van capaciteit en kennis is het van belang een organisatie te vormen die de complexe en verschillende uitdagingen aankan. Dat vergt een flexibelere en krachtigere organisatie dan nu het geval is. Om dit te bereiken worden de volgende afsprakengemaakt:

– Het ministerie van BZK levert in juni 2019 een plan op in samenspraak met de ES, het Directieteam om een “poule” van experts te realiseren waaruit het OLB in voorkomende gevallen kan putten. Het ministerie van BZK maakt gebruik van bestaande structuren en ideeën zoals Algemene Bestuursdienst, flexpool, twinning, uitwisseling, etc..

– Vanaf april 2019 wordt projectmatig en directie-overstijgend gewerkt op de prioritaire thema’s. In februari 2019 start een pilot om projectmatig te werken op het thema sociale woningbouw.

– Partijen erkennen dat mobiliteit en roulatie op sleutelfuncties essentieel is voor de bestendigheid en duurzame effectiviteit van de organisatie. Langdurige functiebekleding maakt de organisatie kwetsbaar. Partijen komen het uitgangspunt overeen dat strategische functies (directeuren, afdelingshoofden, ES) niet langer – en bij voorkeur korter – door dezelfde persoon worden vervuld dan zeven jaren met eventueel drie jaren verlenging. Het ministerie van BZK neemt in de planvorming van de “poule” van experts ook de mogelijkheid van een “Caribisch Algemene Bestuursdienst” (waarbij een Benedenwindse en een Bovenwindse variant denkbaa is) mee.

– Zowel het OLB als het Rijk houden bij het onderwerp mobiliteit rekening met de randvoorwaarden waar kleine eiland gemeenschappen tegenaan lopen met betrekking tot aanwezige capaciteit op de eilanden en in de regio.

  1. Stellen van kaders

Goed bestuur vergt een goede afstemming tussen sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden in en tussen organisaties die publieke taken uitvoeren. Om hier op een consequente en duurzame manier vorm aan te geven zijn er kaders nodig die het handelen bepalen.

3.1) Integriteit

Ambtenaren en bestuurders hebben een invloedrijke positie in een samenleving. Het is belangrijk dat iedereen weet hoe zij met belanghebbenden, vertrouwelijke informatie en mogelijke belangenverstrengeling moeten omgaan. Goed bestuur is echter meer dan een formele bestuursstructuur of het naleven van een gedragscode. Het is afhankelijk van goede bestuurders en gezamenlijk commitment om doelen te stellen, besluiten te nemen en transparant te werken in dienst van de samenleving. De gezaghebber is de hoeder van integriteit, en speelt een belangrijke rol in dit proces. Hiertoe worden de volgende afspraken gemaakt:

– Na accordering door het BC draagt het ministerie van BZK €120.000 bij aan het programmaBetrouwbaar Bestuur Bonaire. Het BC draagt zorg voor de overige (uitvoerings-)kosten. Het programma start in december 2018 en heeft een looptijd van twee jaren, bevat trainingen voor het ambtenarenapparaat, de Eilandsraad (hierna te noemen: ER) en het BC en resulteert concreet in een nieuwe gedragscode. Het programma valt onder de hoede van de gezaghebber en zijn staf daar waar het de gezaghebber zelf, zijn team, gedeputeerden, ES, eilandsraadsleden en de griffier betreft. Het programma valt onder de hoede van de gezaghebber en de ES daar waar het de ambtenaren betreft. Het programma wordt ondersteund door de directie P&O. De directeuren binnen de organisatie fungeren als advies- dan wel klankbordgroep.

– Een rapportage over de resultaten van het programma Betrouwbaar Bestuur Bonaire wordt uiterlijk 1 maart 2020 ter beschikking gesteld aan het ministerie van BZK.

3.2) Financieel beheer

Duurzame versterking van de financiële positie van het OLB vindt onder andere plaats door goed financieel beheer en het vergroten van de inkomstenbasis. Om het financieel beheer te verbeteren worden onderstaande afspraken vastgelegd:

– In februari 2019 wordt het Verbeterplan financieel beheer afgerond. Het BC zorgt voor waarborging van de doorgevoerde verbeteringen.

– De afdeling Financiën stelt in samenwerking met andere directies een betrouwbare planning- en controlcyclus op.

– Het BC zorgt dat de processen op een zodanige wijze zijn ingericht dat de wettelijke termijnen worden gehaald. Jaarrekeningen worden op tijd ingediend.

– De huidige ICT-applicaties worden door de afdeling Financiën geïnventariseerd op hanteer- en toepasbaarheid, aansluiting, onderhoud en vervanging.

– Het BC stelt een Verbeterplan financieel beheer 2.0 op met als doel het verkrijgen van een goedkeurende accountantsverklaring voor getrouwheid en rechtmatigheid over de jaarrekening 2021. De aanbevelingen van de accountant bij de jaarrekening 2017 worden hiervoor als leidraad gebruikt. Bonaire kan de financiële inkomstenbasis en het verdienmodel vergroten door belasting-gerelateerde maatregelen te nemen, en door de compliance en efficiency van bestaande maatregelen en middelen te vergroten. Om het verdienvermogen te vergroten worden de volgende afspraken gemaakt:

– Het BC onderzoekt of het mogelijk is om de processen voor eilandelijke inkomsten (aanslagen opleggen, incasseren en uitwinnen) onder te brengen bij de Belastingdienst Caribisch Nederland (hierna te noemen: BCN). Dit onderzoek wordt in het eerste kwartaal van 2019 afgerond.

– Het Rijk start in juni 2019 met het OLB een verkenning naar manieren om het verdienmodel van Bonaire te vergroten. De RWZI en bijbehorende heffingen zijn hier onderdeel van.

– Het BC zorgt voor besluitvorming over de havenverordening en havenreglement en zorgt ervoor dat de havenmeester zijn rol als havenautoriteit in de volle omvang kan waarmaken.

– Het is van groot belang dat procedures worden opgesteld zodat toezicht, inning en handhaving op de toeristenbelasting wordt verbeterd en blijft gewaarborgd. Inning gebeurt via de Belastingdienst CN (BCN).

– Om de toeristenbelastingen in lijn te brengen met de tarieven in de regio, doet het BC voor februari 2019 een voorstel over de tarieven voor roomtax (verblijfstoeristen) en de headtax (cruisetoeristen) aan de ER.

– De afdeling Financiën van het OLB inventariseert in april 2019 in samenwerking met de directie R&O en BCN, wie (per categorie) belastingplichtigen zijn voor verhuur- en motorrijtuigbelastingen. Inning gebeurt via BCN.

3.3) Structuur van overheidsvennootschappen

Bonaire kent een groot aantal overheidsNV’s op uiteenlopende terreinen met uiteenlopende taken, structuren en toezichtmodellen. Diverse overheidsNV’s, zoals Bonaire International Airport, Water en Elektriciteitsbedrijf Bonaire, Selibon en Oil Trading Bonaire (hierna te noemen: OTB) gaan over cruciale voorzieningen die te allen tijde gegarandeerd moeten zijn voor de inwoners van Bonaire. Voor een effectieve aansturing van deze cruciale voorzieningen is een inbedding op afstand van bestuurders en good governance gewenst en is maatwerk per overheidsNV noodzakelijk, rekening houdend met de beperkingen die bij kleine eilandgemeenschappen gelden en de effecten die dat met zich meebrengt. Deze vraagstukken vragen om nader onderzoek naar de structuur en effectiviteit van de overheidsNV’s. Hiertoe worden onderstaande afspraken gemaakt:

– Het ministerie van BZK stelt samen met het ministerie van EZK, het ministerie van I&W, de RV en het OLB in november 2018 een onderzoeksopdracht op voor een onderzoek naar de werking van overheidsNV’s. De onderzoeksopdracht behandelt onder meer het functioneren van overheidsNV’s, afwegingskader voor oprichten overheidsNV’s, mogelijke sturingsinstrumenten, governance, nut en noodzaak van overheidsNV’s, financiële kaders, toezicht, gedragscodes en statuten. Hierbij worden de lopende reeds door het OLB in gang gezette procedures ten aanzien het moderniseren van de statuten meegenomen.

– In januari 2019 is de onderzoeksopdracht afgerond en start het ministerie van BZK samen met het ministerie van EZK, het ministerie van I&W, de RV en het OLB met het onderzoek naar het verbeteren van de werking van overheidsNV’s. Dit onderzoek is uiterlijk juni 2019 afgerond.

– Het BC neemt in juni 2019 op basis van de onderzoeksresultaten een besluit over de werking en inrichting van overheidsNV’s.

– De taskforce elektriciteit en drinkwater, de stuurgroep haven, de tasforce lange termijn oplossing brandstofvoorziening, de in te stellen stuurgroep BIA en het projectteam inrichting en activiteitenbesluit, afval, asbest en vuurwerk worden onverkort en met kracht voortgezet.

– Vanuit de Regio Envelop is door het kabinet 5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het bereiken en behouden van een veilige en betrouwbare brandstofvoorziening. Voor OTB zal eerder een beslissing moeten worden genomen gelet op de voorwaarden voor het beschikbaar stellen van de regio-envelopmiddelen, waarbij het borgen van goed bestuur en financieel beheer van cruciaal belang is.

3.4) Gronduitgiftebeleid

De Rijksrecherche heeft in haar rapport “Bestuurlijk advies uitgifte van grond en erfpacht” d.d. 4 juni 2018 aanbevelingen gedaan over de uitgifte van gronden en erfpachtrechten. De conclusie is dat er nieuw beleid moet komen om uitvoering te geven aan deze aanbevelingen. De nieuwe Kadernota Grondbeleid Bonaire geeft hier (deels) invulling aan. Hierover, en over het realiseren van voldoende kennis, kunde en capaciteit, worden onderstaande afspraken gemaakt:

1) Planning en besluitvorming

– Het BC neemt in december 2018 de Kadernota Grondbeleid Bonaire aan. In deze Kadernota Grondbeleid Bonaire wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen uit het Rijksrecherche rapport “bestuurlijk advies uitgifte van grond en erfpacht Bonaire”. In de Kadernota wordt ingegaan op de inrichting van de functiescheiding; checks and balances; aanvragen van familieleden of een bedrijf van een bestuurder of ambtenaar; toezicht en handhaving; transparantie; en speculatie. Het BC biedt de vastgestelde Kadernota voor het eind van december 2018 aan de ER aan ter behandeling en vaststelling.

– De directie R&O start in februari 2019 met het opstellen van het implementatieplan van de Kadernota Grondbeleid Bonaire.

2) Uitvoeren plannen

– De directie R&O start namens het BC met de implementatie van de door KPMG opgestelde “Process Flow Charts en de Risk & Control Matrix” voor interne controlemaatregelen. In januari 2020 is de implementatie gereed.

– De directie R&O start namens het BC in oktober 2019 met de uitvoering van de Kadernota Grondbeleid Bonaire.

– Alle gronduitgifte-adviezen worden gecontroleerd door de kwaliteitsmedewerker; het OLB draagt zorg voor functiescheiding en benodigde check and balances.

3) Inzet Rijk en OLB

– Het ministerie van BZK levert samen met een Europees Nederlandse gemeente en/of Rijksvastgoedbedrijf een expert (1fte) voor acht maanden die er gezamenlijk met de directie R&O voor zorgt dat het implementatieplan Kadernota Grondbeleid wordt opgesteld en de uitvoering van het implementatieplan begint. Directie R&O koppelt een eigen medewerker aan de expert om kennisuitwisseling te vergroten en lokaal te borgen.

– De directie R&O traint zijn medewerkers in de werkprocessen en toepassing van de criteria van het gronduitgiftebeleid. Het ministerie van BZK ondersteunt hierbij.

– Het BC zorgt voor de invulling van de essentiële randvoorwaarden die adequate planvorming en uitvoering van het beleid mogelijk maken. Dit houdt in dat het BC zorgt dat er structureel een budget wordt vrijgemaakt voor de benodigde kennis, kunde, capaciteit en middelen voor een gedegen gronduitgiftebeleid. Dit wordt mede gebaseerd op uitkomsten van de analyse van de organisatie (zie ook hoofdstuk 1.1).

  1. Prioritaire thema’s

Het BC heeft in samenwerking met het Rijk prioriteiten bepaald; het Bestuursakkoord is een uitwerking van het commitment op de gedeelde thema’s. Een deel van de prioriteiten richt zich op het ambtelijke en bestuurlijke systeem (zie hoofdstuk 1, 2 en 3). Met een versterking van het ambtelijke en bestuurlijke systeem wordt effectiever en efficiënter invulling gegeven aan de uitvoering van de inhoudelijke prioritaire thema’s. De uitvoering van deze thema’s wordt in dit hoofdstuk uitgewerkt, waarbij afspraken worden gemaakt over planvorming, besluitvorming, uitvoering, en de inzet vanuit het OLB en vanuit het Rijk.

4.1 Aanpak achterstallig onderhoud van het wegennet

Een goed functionerend wegennet draagt bij aan de verdere economische ontwikkeling van Bonaire. Het doel is om de achterstand van het onderhoud van het wegennet aan te pakken en te zorgen voor een duurzame oplossing.

1) Planvorming en besluitvorming

– De directie R&O heeft in november 2018 het uitvoeringsplan gereed voor besteding van de beschikbare middelen voor exploitatie van de infrastructuur uit het regeerakkoord en heeft dit ingediend bij het ministerie van I&W. Daarbij betrekt het OLB ook de middelen uit haar eigen begroting.

– De directie R&O heeft in november 2018 het uitvoeringsplan gereed voor besteding van de (al eerder beschikbaar gestelde) incidentele middelen voor aanpak van het wegennet (eenmalige impuls) en heeft dit ingediend bij het ministerie van I&W. Na goedkeuring worden de incidentele middelen beschikbaar gesteld.

– Voor de jaren 2020 tot en met 2023 wordt voor 31 maart 2019 een plan aan het ministerie van I&W voorgelegd waarin de prioritering staat aangegeven inclusief een duurzaam beheer- en onderhoudsplan. Na overleg en goedkeuring verstrekt de minister van I&W de middelen over die jaren. In de verplichte paragraaf in de begroting “onderhoud kapitaalgoederen” (art. 8.2.c BBV BES) neemt het BC dit plan vervolgens op.

– Het OLB treft voorziening voor een structureel systeem voor planning en onderhoud van de wegen, en neemt hierbij een plan op voor de waterhuishouding m.b.t. de wegen en afvoer van hemelwater. Daarbij wordt bij voorkeur de samenwerking met een Europees Nederlandse gemeente aangegaan.

2) Uitvoering plannen

– In juni 2019 start de directie R&O met het wegwerken van de achterstand van het wegennet.

3) Inzet Rijk en OLB

– In november 2018 is in goed overleg door het BC vastgestelde plannen voor besteding van de middelen ingediend bij het ministerie van I&W en indien de uitvoeringskracht van de directie R&O is ingericht, zal de minister van I&W besluiten over de beschikbare middelen voor exploitatie van de infrastructuur (2x 2,75 miljoen euro) als ook over de middelen van de eenmalige impuls voor wegen (3 miljoen euro). Bij een positief besluit volgt budgettaire verwerking bij de eerste daaropvolgende mogelijkheid.

– Het ministerie van I&W laat een second opinion uitvoeren op de plannen. Naar verwachting zal dit ook bijdragen aan de kennisopbouw van dergelijke projectaanpak. .

– Het kabinet kent in het kader van de Regio Envelop gefaseerd 2,5 miljoen euro toe als bijdrage in het aanleggen van de wegen rondom de nieuwbouw van sociale huurwoningen onder voorwaarde van (1) de uitvoering van dit Bestuursakkoord, (2) de goedkeuring door het Ministerie van Financiën van de bestedingsplannen voor dit project, (3) een gedegen en door het BC vastgesteld plan is voor besteding van de middelen om wegen rondom sociale woningen te bouwen, en (4) versterking van de uitvoeringskracht van de directie R&O. Deze middelen worden gefaseerd toegekend. De fasering waarop de middelen worden toegekend is uiteengezet in het bestedingsplan van het project.

4.2 Opzetten jobcentrum en arbeidsbemiddeling

Het Rijk en het OLB werken gezamenlijk aan het realiseren van een jobcentrum. Dit is een loket waar diensten voor werkzoekenden en werkgevers samenkomen. Het OLB en de RCN Unit SZW werken hierin op een locatie samen. In plaats van uit de organisatie(s) te redeneren, dient bij de dienstverlening de behoefte van de klant centraal te staan. Deze samenwerking kan gefaseerd worden uitgebreid naar andere partners op het vlak van onderwijs en arbeidsmarkt. De opzet van dit jobcentrum bouwt voort op de ervaringen en resultaten van de twinning arbeidsbemiddeling tussen het OLB en de gemeente Leiden. Het ontwikkelen van een jobcentrum vraagt vraagt om een gedegen implementatieplan, praktische uitvoerbaarheid, een duidelijke beschrijving van en een andere mindset bij de betrokken medewerkers. Dit alles is niet mogelijk als er niet voldoende medewerkers zijn, ook binnen de directie S&Z. Opvolging van de afspraken uit hoofdstuk 1 is hier dan ook essentieel. Om dit te realiseren, en in de toekomst mogelijk toe te werken naar een breder één loket voor het sociaal domein, waarin de dienstverlening van het OLB en het Rijk aan de inwoners van Bonaire worden samengebracht, worden onderstaande afspraken gemaakt.

1) Planvorming en besluitvorming

– Het OLB en het ministerie van SZW hebben gezamenlijk in het kader van de twinning arbeidsbemiddeling een startnotitie geschreven voor de opzet van een jobcentrum. Zij werken deze notitie, in samenwerking met het ministerie van BZK, uit in een concreet plan en accorderen dit gezamenlijk uiterlijk in januari 2019.

– In het plan worden ook de voorwaarden benoemd waaraan moet worden voldaan om te kunnen starten met het jobcentrum. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het tijdig ter beschikking stellen van gemotiveerde medewerkers en locatie, het tijdig inzichtelijk maken van het onderstand en werkzoekenden bestand, gezamenlijk commitment en mandatering projectleider en de tijdige werving van een (lokale) teamleider.

2) Uitvoering plannen

– In de twinning arbeidsbemiddeling worden de voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd om met het jobcentrum te kunnen starten. Uiterlijk half december 2018 heeft de programma manager arbeidsbemiddeling de stand van zaken opgemaakt voor de twinning en een planning gemaakt voor de resterende activiteiten in relatie tot de opzet van het jobcentrum.

– In het gezamenlijk te accorderen plan spreken het OLB en het ministerie van SZW de startdatum en fasering van het jobcentrum af.

3) Inzet Rijk en OLB

– In het plan worden afspraken gemaakt over de middelen die ter beschikking worden gesteld voor arbeidsbemiddeling en de ontwikkeling van een jobcentrum.

– Het ministerie van SZW is bereid om middelen ter beschikking te stellen voor een lokale medewerker arbeidsbemiddeling van 1fte gedurende 12 maanden (zie hoofdstuk 1).

– Het ministerie van SZW is tevens bereid om middelen ter beschikking te stellen voor een (bij voorkeur lokale) teamleider voor het jobcentrum gedurende 12 maanden (zie hoofdstuk 1).

– Daarnaast heeft het ministerie van SZW, naast de al afgesproken trajecten, aanvullende middelen voor 2019 gereserveerd voor de ontwikkeling van arbeidsmarktinstrumenten.

– Het kabinet (vanuit de Regio Envelop) en het ministerie van BZK hebben tevens middelen toegezegd voor de ontwikkeling van een jobcentrum.

– Toekenning van bovenstaande inzet vanuit het ministerie van SZW, het ministerie van BZK en het kabinet in de vorm van de regio envelop is onder voorbehoud van:

o Gezamenlijke accordering van het plan door het OLB en het ministerie van SZW.

o Inzet van het OLB van integrale middelen als cofinanciering voor arbeidsbemiddeling en jobcentrum.

o Continuering van de huidige capaciteit en financiële inzet vanuit het OLB op arbeidsbemiddeling vanuit de vrije uitkering en integrale middelen; dit betekent onder meer handhaving van de bezetting van drie fte arbeidsbemiddeling bij de Dienst Samenleving en Zorg, afdeling MOA.

o In februari 2019 start de analyse van het ambtenarenapparaat. Hierbij wordt expliciet aandacht besteed aan wat er nodig is voor de ontwikkeling van het jobcentrum. Vanaf juli 2019 worden de uitkomsten van de doorlichting opgevolgd. Ook op dat moment dient er expliciet aandacht te zijn voor en dienen afspraken te worden gemaakt tussen OLB, het ministerie van SZW en het ministerie van BZK over de benodigde inzet voor de ontwikkeling van het jobcentrum.

– In het plan worden tevens afspraken gemaakt over het gefaseerd ter beschikking stellen van de middelen vanuit de Regio Envelop, het ministerie van SZW en het ministerie BZK.

– Het jobcentrum sluit aan bij de inspanningen en resultaten van de twinning arbeidsbemiddeling. Het ministerie van SZW zet deze twinning voort en levert hiermee een programma manager en een medewerker arbeidsbemiddeling van in totaal 2 fte doorlopend tot en met mei 2019, die de opzet van het jobcentrum voorbereiden en ondersteunen.

– Het ministerie van SZW bevestigt de eerder gemaakte afspraak om de komende periode te benutten voor experimenten en ontwikkeling van arbeidsbemiddeling en daarvoor tijdelijke financiering ter beschikking te stellen. Op het moment dat er een goed lopend jobcentrum is en helder is welke arbeidsmarktinstrumenten nodig zijn en tot het gewenste resultaat leiden, trekken OLB en het ministerie van SZW samen de conclusies over verduurzaming en spant het ministerie van SZW zich in voor structurele financiering.

– Het kabinet heeft toegezegd 200.000 euro beschikbaar te stellen vanuit de Regio Envelop voor het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt door het stimuleren van beroepsbegeleidende leerwegplekken voor studenten. Het OLB zal samen met het ministerie van OCW, het ministerie van SZW en het jobcentrum samenwerken om dit te realiseren conform de voorwaarden voor de Regio Envelop (zie overeenkomst + financiële paragraaf).

Arbeidsmarkt

– Het OLB stelt een beleidskader voor de uitvoering van de Wet op het ter beschikking stellen arbeidskrachten BES vast, waarin kaders worden gesteld voor de vergunningverlening en de handhaving wordt geëxpliciteerd. Desgewenst kan de Arbeidsinspectie SZW bij de handhaving ondersteunen.

4.3 Kinderopvang

Voor een perspectiefvolle toekomst van de kinderen op Bonaire is een goede start essentieel. Daarom willen de Openbaar Lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het Rijk (SZW, OCW, VWS) gezamenlijk de kinderopvang en voor- en naschoolse voorzieningen in Caribisch Nederland structureel verbeteren. Daarvoor wordt het programma Bes(t) 4 kids ingericht. Het Rijk heeft hiervoor structureel budget beschikbaar gesteld. Voor de implementatie van het programma is zowel aan de kant van de Openbare Lichamen als aan de kant van het Rijk veel werk te verzetten. Het Rijk beseft dat de capaciteit aan de kant van het OLB niet toereikend is om de plannen succesvol te kunnen implementeren. Het Rijk zal daarom gefaseerd middelen voor de ondersteuning van de Openbare Lichamen en het versterken van de kinderopvang en voor- en naschoolse voorzieningen ter beschikking stellen. Hiertoe worden ten aanzien van Bonaire de volgende afspraken gemaakt:

1) Planvorming en besluitvorming

– Het Rijk, het Openbaar Lichaam Saba, het Openbaar Lichaam Sint Eustatius en het OLB ronden december 2018 gezamenlijk het programmaplan BES(t) 4 kids af. Onderdeel van het programmaplan is een door het OLB opgesteld plan van aanpak.

– Het BC neemt in uiterlijk in december 2018 een besluit over het programmaplan.

2) Uitvoering plannen

– Het Rijk en het OLB starten met de uitvoering van het programmaplan dat betrekking heeft op Bonaire nadat het BC en het Rijk het programmaplan gezamenlijk bestuurlijk hebben geaccordeerd (planning december 2018).

3) Inzet Rijk en OLB

– Het Rijk stelt bij het accorderen van het programmaplan 50% van het jaarbudget 2019 voor Bonaire structureel ter beschikking.

– Als op 1 juli 2019 het BC van Bonaire de verordening kinderopvang en voor- en naschoolse voorzieningen heeft vastgesteld en 75% van de kinderopvangorganisaties (dagopvang) door het OLB in kaart zijn gebracht, zal het Rijk de resterende 50% van het budget structureel beschikbaar stellen.

– Het Rijk stelt bij het vaststellen van het programmaplan 25% van het ondersteuningsbudget 2019 voor Bonaire ter beschikking. Hiermee krijgt het OLB de mogelijkheid om de projectorganisatie in te richten en het projectplan af te ronden.

– Per 1 april 2019 ontvangt het OLB de resterende 75% van het ondersteuningsbudget BES(t) 4 kids onder de voorwaarde dat het OLB uiterlijk 1 maart 2019 een projectleider heeft aangesteld en de projectstructuur operationeel is.

– Het ministerie van SZW levert in het kader van het programma Kinderopvang BES(t) 4 kids ondersteuningsbudget om de projectorganisatie in te richten, waaronder een lokale projectleider. Tevens levert het ministerie van SZW een programmamanager BES(t) 4 kids. Toekenning van deze inzet is onder voorbehoud van accordering van programmaplan BES(t) 4 kids (zie hoofdstuk 1).

– Bij het vaststellen van het programmaplan BES(t) 4 kids zullen nadere (budgettaire) afspraken voor 2020 en volgende jaren worden gemaakt.

4.4 Sociaaleconomische ontwikkeling

Het Rijk en het OLB willen graag de sociaaleconomische situatie op Bonaire verbeteren. Overeenkomstig de kabinetsreactie op het onderzoek ijkpunt bestaanszekerheid vergt dit zowel aandacht voor de inkomens- als de kostenkant, met werken aan economie en arbeidsmarkt als derde spoor. In aanvulling op de maatregelen die reeds in voornoemde kabinetsreactie zijn vastgelegd, vergt dit de volgende afspraken.

Armoede- en schuldenbeleid

– Het OLB draagt voor professionalisering van de eilandelijke armoede- en schuldenaanpak en legt het beleid vast in een verordening of algemeen kenbare beleidsregels. Daarbij treedt het OLB in overleg met het ministerie van SZW met het oog op de afstemming van de criteria voor die van de bijzondere onderstand. Het ministerie van SZW levert desgevraagd ondersteuning of helpt die ondersteuning organiseren.

Centrale dialoog

– Het BC committeert zich aan een actieve centrale dialoog en het proces van herstart dat daartoe is ingezet. Binnen dit platform, dat op basis van gelijkwaardigheid is samengesteld, worden afspraken gemaakt over lokale thema’s van sociaaleconomische aard en ten aanzien van arbeidsverhoudingen.

– Het ministerie van SZW draagt bij aan de herstart van de centrale dialoog door middel van een externe procesbegeleider en secretaris.

Koopkracht en kosten van levensonderhoud

– Het OLB geeft de lastenverlichting die is ontstaan als gevolg van de neerwaartse bijstelling van de zorgpremie (-4,4%) per 1 januari 2019 door aan alle werknemers, ook aan die boven het wettelijk minimumloon (WML). Het Rijk past een overeenkomstige benadering toe ten aanzien van het RCN-personeel.

– Het beperken en waar mogelijk terugbrengen van de kosten van levensonderhoud is – conform de kabinetsreactie op het onderzoek ijkpunt bestaanszekerheid – een essentieel element in de aanpak om te zorgen dat mensen met lage inkomens rond kunnen komen. Rijk en BC spannen zich daarvoor gezamenlijk in.

– Het BC hangt concrete acties aan de aan het OLB geadresseerde thema’s genoemd in de kabinetsreactie op het onderzoek naar de prijzen van levensmiddelen in Caribisch Nederland (2017).

4.5 Landbouw

De landbouwsector is prioriteit voor Bonaire om minder afhankelijk te zijn van import, gezonde voeding te genereren voor de eigen bevolking en tegelijkertijd werkgelegenheid te creëren. Om vooruitgang te boeken is versterking van de gehele keten nodig, waarbij de reorganisatie van Dienst Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) essentieel is. Hiertoe worden onderstaande afspraken vastgelegd:

1) Planvorming en besluitvorming

– Het BC neemt in februari 2019 een besluit over de opzet van het programma landbouwontwikkeling, met de elementen opbouw slachthuis, reorganisatie dienst LVV, en de professionalisering van de geitenhouderij.

– Het BC en het ministerie van LNV herbevestigen in dit Bestuursakkoord de afspraken zoals gesteld in de Memorandum of Understanding (MoU) van 20157.

– Het BC en het ministerie van LNV stellen een gezamenlijk Plan van Aanpak op inclusief een stappenplan voor het vervolg voor reorganisatie van de dienst LVV en de bijbehorende onderdelen van het OLB. Het ministerie van BZK is hierbij betrokken daar waar het gaat om organisatieontwikkeling. Het BC geeft in februari 2019 opdracht voor het opstellen van het plan van aanpak Reorganisatie dienst LVV (zie ook hoofdstuk 1.1).

– De projectleider die is gefinancierd vanuit het ministerie van LNV start in februari 2019 en is belast met de uitvoering van het plan van aanpak Reorganisatie Dienst LVV. De projectleider valt onder de directeur R&O.

– In het plan van aanpak Reorganisatie Dienst LVV wordt onder meer teruggekeken op ontwikkelingen van de laatste jaren op het gebied van landbouwontwikkeling, welke middelen er ingezet zijn en in welke mate deze effectief zijn geweest. Het Rijk betrekt dit aspect in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (hierna te noemen: IBO) KR.

2) Uitvoering plannen

– Het BC start met de implementatie van het programma landbouwontwikkeling. Bij de uitvoering van het programma landbouwontwikkeling wordt het maatschappelijk middenveld betrokken. Doel is dat er over een aantal jaren sprake is van landbouw die bijdraagt aan een verhoogde mate van zelfvoorziening van Bonaire.

– Het BC start in uiterlijk september 2019 met de implementatie van het plan van aanpak Reorganisatie dienst LVV.

– Het OLB en het ministerie van LNV evalueren in 2021 het programma landbouwontwikkeling en geven gevolg aan de uitkomsten van de evaluatie.

3) Inzet Rijk en OLB

– Middelen uit de Regio Envelop, beschikbaar gesteld door het kabinet, voor landbouwontwikkeling op Bonaire (1,6 mln euro) hebben betrekking op de bouw van het slachthuis en de uitvoering van het project professionalisering van de geitenhouderij. De middelen worden toegekend onder voorwaarde van (1) uitvoering van dit Bestuursakkoord, (2) de goedkeuring door het Ministerie van Financiën van de bestedingsplannen voor dit project (3), en dat het BC opdracht heeft gegeven tot het opstellen van het plan van aanpak reorganisatie Dienst LVV.

– Het ministerie van LNV stelt een programmamanager (1fte) voor 12 maanden aan die samen met het OLB zorgt dat het programma landbouwontwikkeling uitgevoerd wordt daar waar het gaat om het opzetten van een slachthuis en professionalisering van de geitenhouderij.

– Het ministerie van LNV levert middelen zoals benoemd in de MoU (€250.000) voor het opstellen van het Plan van Aanpak reorganisatie Dienst LVV en voor het aanstellen van een projectleider die verantwoordelijk is voor het goede verloop van het reorganisatieproject van Dienst LVV en de inrichting van het LVV-terrein. Middelen vanuit het ministerie van LNV zoals benoemd in de MoU worden toegekend nadat het BC opdracht heeft gegeven tot het opstellen van het plan van aanpak reorganisatie Dienst LVV.

– De directie R&O wijst een contactpersoon aan die verantwoordelijk is voor beleidsontwikkeling op gebied van landbouw en visserij.

4.6 Toerisme

Toerisme is een belangrijke factor in de sociaaleconomische ontwikkeling van Bonaire. Bonaire heeft unieke eigenschappen die zich lenen voor duurzaam en high-end toerisme, zoals in het Strategisch Masterplan voor Bonaire staat vermeld. Diverse partijen zijn actief op en voor Bonaire: Tourism Corporation Bonaire (TCB), Bonaire Business and Employers Association (BBE), BONHATA, Bonaire Hospitality Group (BHG), Kamer van Koophandel (KvK), etc. Vanuit Nederland zijn het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna te noemen: EZK), het ministerie van BZK en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) betrokken. Het OLB fungeert samen met het Rijk als facilitator om het toerisme te laten floreren. Hiertoe worden de volgende afspraken gemaakt.

1) Planvorming en besluitvorming

– Het BC neemt voor februari 2019 een besluit over de aanbevelingen van het Strategisch Toeristisch Masterplan voor Bonaire.

– Het OLB formuleert voor november 2019 een toeristisch toekomstperspectief dat focus geeft in het algehele beleid en aan organisaties in de toeristenbranche, waarna dit aan de ER zal worden voorgelegd voor besluitvorming.

– Het OLB, het ministerie van EZK, het ministerie van BZK en RVO ondersteunen gezamenlijk de lokale partijen om publiek-private samenwerkingen aan te gaan, waardoor (nieuwe) initiatieven ter bevordering van het duurzaam toeristisch toekomstperspectief kunnen ontstaan. Het faciliteren van de markt om huidige initiatieven verder vorm te geven, zoals het project Blue Destination Bonaire, behoort ook tot de mogelijkheden van het OLB.

– Indien bestaande initiatieven passen bij het duurzaam toeristisch toekomstperspectief van Bonaire zijn de departementen bereid om hierbij (technische) ondersteuning te bieden. De directie R&O faciliteert en stimuleert dergelijke initiatieven vanuit de markt.

– Het BC committeert zich om per november 2019 capaciteit vrij te maken op het toerisme dossier binnen het OLB met als doel de markt/stakeholders te faciliteren en te werken aan een toeristisch toekomstperspectief in overleg met partijen.

2) Uitvoering plannen

– Het BC vervult een actieve trekkersrol in onder andere publiek-private geïnitieerde werkgroepen om de markt te bewegen om op innovatieve wijze haar werk te doen. Het Rijk zet in op een twinningrelatie met vergelijkbare regio’s en/of gemeenten om kennisdeling te bevorderen. De RVO zal hier namens het Rijk in ondersteunen.

3) Inzet Rijk en OLB

– RVO ondersteunt met kennis en expertise op onderdelen in de planvorming en uitvoering. In samenwerking met de RVO worden onder meer sessies georganiseerd om (toeristisch) ondernemerschap te bevorderen.

4.7 Sociale huisvesting

Op Bonaire is er een tekort aan sociale huurwoningen. Hierdoor worden Bonairianen die niet over genoeg financiële middelen beschikken gedwongen om een woning in de vrije sector te huren. Om dit tekort op te vangen is onder meer een totaalplan vereist wat de financiering, het bouwrijp maken, en de bouw van 500 sociale huurwoningen bevat. Daarnaast is de ontwikkeling van een vorm van huurcompensatie een aandachtspunt. Hiertoe worden de volgende afspraken gemaakt:

1) Planvorming en besluitvorming

– Het BC kijkt samen met FCB (en eventueel andere experts) naar opties voor reductie van de infrastructurele kosten bij sociale woningbouw, bijvoorbeeld door alternatieve bouw- en verkavelingsvormen toe te passen. Op basis van deze verkenning werkt het BC een definitieve kostenraming uit voor de benodigde infrastructuur bij de nieuwbouw van 500 sociale woningen door FCB. Het Rijk is bereid om in overleg technische ondersteuning (begeleiding via kennis en expertise) te leveren.

– Het Rijk, OLB en FCB sluiten een overeenkomst voor de realisatie van 500 sociale huurwoningen, waarin ook afspraken worden gemaakt over de bekostiging van de benodigde infrastructuur door het openbaar lichaam en de inzet van de bijdrage van het kabinet vanuit de Regio Envelop. De bouw van de woningen wordt per tranche geëvalueerd. De bouw van een nieuwe tranche wordt pas gestart als minimaal 75% van de woningen van de voorgaande tranche is verhuurd.

– Het BC wijst locaties aan voor de nieuwbouw van 500 sociale huurwoningen en stelt deze beschikbaar aan FCB.

– Gelet op de duidelijk aanwezige tekortkomingen in het huidige stelsel van de verhuurdersubsidie heeft het kabinet in reactie op het ijkpunt bestaanszekerheid (sociaal minimum) aangekondigd te zullen kijken naar alternatieve mogelijkheden voor huurcompensatie in Caribisch Nederland. Het ministerie van BZK streeft ernaar een nieuwe vorm van huurcompensatie in te voeren per januari 2021 of zoveel eerder als mogelijk.

– De ER draagt zorg voor de vaststelling van de Huurprijs- en Huurcommissieverordening Bonaire, de Verhuursubsidieverordening en de Huisvestingsverordening. Deze verordeningen bieden de mogelijkheid om de woningmarkt en de maximale huurlasten te reguleren.

– Het BC ontwikkelt een volkshuisvestingbeleid.

– Het ministerie van BZK voert in de loop van 2019 een pilot in voor Bonaire op het terrein van hypotheekgaranties.

2) Inzet Rijk en OLB

– Vanuit de Regio Envelop zal vanuit het kabinet 2,5 miljoen euro beschikbaar worden gesteld als bijdrage voor het aanleggen van wegen rondom de nieuwbouw van 500 sociale huurwoningen (zie voor voorwaarden ook 4.1 onder 3).

– Het ministerie van BZK heeft daarnaast 470.000 euro beschikbaar gesteld voor de nieuwbouw van een eerste tranche van 76 woningen door FCB. Voorwaarde voor het beschikbaar komen van deze middelen is dat er een overeenkomst wordt gesloten tussen Rijk, OLB en FCB welke onderbouwd wordt door een helder en compleet uitgewerkt plan voor de financiering van de bouw van de 500 sociale huurwoningen woningen door FCB enerzijds, alsmede de financiering van de overige kosten voor infrastructuur van de 500 woningen door het openbaar lichaam anderzijds. Het BC is verantwoordelijk voor de benodigde financieringsruimte van de infrastructuur. In de overeenkomst worden nadere afspraken gemaakt over de inzet van de 2,5 miljoen door het kabinet uit de Regio Envelop. De bijdragen vanuit de Regio Envelop en het OLB lopen in ieder geval gelijk op en geschieden per tranche zoveel mogelijk naar rato.

– Het BC ontwikkelt volkshuisvestingbeleid en stelt dit vast. Het BC maakt hiervoor eigen capaciteit vrij en wijst dossierhouders aan binnen de directie S&Z en de directie R&O. Het BC is verantwoordelijk voor het opstellen en uitwerken van het beleid en het betrekken van stakeholders op Bonaire. Het ministerie van BZK is bereid technische begeleiding van de dossierhouder te faciliteren.

– Het Rijk is bereid waar nodig technische bijstand te faciliteren (kennis, expertise, training) op het terrein van woningmarktbeleid, op voorwaarde dat er een stabiele counterpart aanwezig is die de geboden kennis en expertise tot zich kan nemen. Alleen zo kan zorg gedragen worden voor duurzame kennisoverdracht hetgeen het BC in staat stelt om deze taak ook in de toekomst adequaat te blijven vervullen.

– Het BC stelt een huurcommissie in, welke onder ander toezicht houdt op de correcte naleving van hetgeen bepaald wordt in de door de ER vast te stellen Huurprijs- en Huurcommissieverordening Bonaire. Het BC bekostigt de huurcommissie. Het BC benoemt en draagt zorg voor de werving en de selectie van de plaatsvervangend voorzitter, de leden, de plaatsvervangend leden, de secretaris, de plaatsvervangend secretaris en het overig personeel van het secretariaat ten behoeve van de Huurcommissie Bonaire. Het BC maakt gereed en bekostigt alle facilitaire zaken, waaronder het regelen van een locatie voor hoorzittingen en secretariaat, een algemeen telefoonnummer, postbussen en e-mailadressen. Tot het tijdstip, bedoeld in artikel 1.6, derde lid, van de Wet maatregelen huurwoningmarkt Caribisch Nederland benoemt en bekostigt het Rijk de voorzitter van de Huurcommissie.

Deel dit artikel