Opinie

Commentaar: Van het beeld en (vermeende) discriminatie

Door Harald Linkels

Het vandaag bij de nieuwe gevangenis onthulde kunstwerk roept heftige reacties op bij bepaalde militante groeperingen binnen de samenleving. ‘Raciale profilering’, meent de een. Benadrukken van negatieve stereotyperingen, roept de ander.

Het beeld van een zwarte vrouw die met haar kind op een bankje voor de gevangenis zit te wachten, wordt blijkbaar niet door iedereen even mooi gevonden. Maar discriminatie? Is het overgrote deel van de bevolking op het eiland dan niet donkergekleurd? Of het grootste deel van de gevangenispopulatie, nog zonder in te gaan op mogelijk sociaal-economische factoren die daaraan ten grondslag liggen? Het antwoord op beide vragen is “ja”!

Misschien moeten we, ‘for reasoning sake’ zoals dat zo mooi heet, de zaken even omdraaien. Stel je eens voor dat er was gekozen voor het beeld van een witte vrouw, die door de kunstenares met haar witte kind op het bank voor de gevangenis was geplaatst. Ik stel mij de briesende reacties al voor.

Toegegeven, de uitgebeelde vrouw in kwestie is wat fors uitgevallen. Maar is dat dan discriminatie of raciale profilering? Of lijkt zij daarmee op een niet-onaanzienlijk deel van de vrouwen op onze eilanden, waar obesitas volksvijand nummer één dreigt te worden? Misschien een aanrader om eens een kijkje te nemen bij de -niet toevalligerwijs zo sucesvolle- Plus-Size Acadamy van de Curaçaose onderneemster Vishitra Dennaoui.

“Er is altijd wel een stok te vinden om een hond te slaan”, luidt een populair Nederlands gezegde, dat als “Nunka no falta un palu pa bati e kachó” ook in het Papiamentu bestaat. En daar heeft het, vooral in dit geval, alle schijn van. Het beeld werd gerealiseerd door de op Curaçao woonachtige Hortence Brown, nota bene zelf een gekleurde vrouw! Hoe plausibel is het dat de artiste moedwillig een stereotyperend beeld heeft neergezet? Juist: niet dus.

Rocargo

Het grotere probleem is dat er op Bonaire momenteel een clubje bestaat, dat zich maar al te graag inlaat met het aanwakkeren van de haat tussen zwart en wit. Dat zich graag verliest in discussies over wie een ‘echte Boneriaan’ is en wie niet en wie ‘wit’ of ‘zwart’ DNA heeft. Het trieste hiervan is, dat dit helemaal niet eigen is voor Bonaire, waar de verschillende nationaliteiten en personen van verschillende etniciteit -inmiddels onderling vermengd of niet- decennialang in perfecte harmonie met elkaar hebben samengeleefd.

Bonaire is altijd een eiland geweest waar de verdiensten van de betreffende persoon voor de samenleving zwaarder wogen dan het feit of hij van Nederlandse, Amerikaanse, Chineese of -in de meeste gevallen- van Antilliaanse komaf was. De hele discussie over etniciteit is er een die bepaald niet erg ‘fris’ is en nog het sterkst doet denken aan discussies over het jodendom ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Hebben de criticasters dan in het geheel geen punt als zij beschuldigingen uiten van discriminatie tegen de lokale bevolking? Jawel! Er is de laatste jaren een sfeer ontstaan waarbij maar al te vaak wordt gesuggereerd dat alles wat uit Nederland komt goed is, dat lokale mensen niet veel of niks weten en dat alles wat Den Haag bepaalt, per definitie verheven is boven de rest.
Maar wat dat met de betrokken kunstanares en het beeld -wat ik persoonlijk als een geslaagde kunstuiting beschouw- is mij niet duidelijk.

Het vervelende is dat discriminatie en -in overtreffende trap- rassenhaat altijd verwerpelijk is. Daarbij maakt het niet uit of het van wit naar zwart gaat, of omgekeerd. Het is belangrijk signalen van een dergelijke haat tijdig te onderkennen en er tegenwicht aan te bieden, voordat het escaleert en leidt tot situaties waar niemand op Bonaire op zit te wachten.

In dat opzicht is het ook aanbevelenswaardig dit soort geluiden niet al te veel aandacht te geven, laat staan degenenen die zich er aan beschuldigen de hemel in te prijzen. Het moet worden aangemerkt voor wat het is. Rassenhaat is nooit ‘terecht’ en het is ook al helemaal niet slim. Sterker nog; het is oliedom!

Treurig is dat -ook in dit specifieke geval- degenen die het hardste schreeuwen over (vermeende) discriminatie, zich er zelf het hardste schuldig aan maken.

Deel dit artikel