Opinie

Over WEB-tarieven en het geluksgevoel van de BES-burgers

WEB5 formaat krant

Het WEB is inmiddels, behalve hoofdrolspeler, ook verworden tot speelbal der partijen. Foto: Harald Linkels

Door Harald Linkels

Rocargo

Wie afgelopen week als toeschouwer keek naar de perikelen rondom de prijzen van WEB die op 1 april aanstaande in zouden gaan, zal zich nog wel eens vertwijfeld achter de oren hebben gekrabd.

De partijen buitelden over elkaar heen om vooral de schuld van de onstane situatie bij de ander neer te leggen. Het WEB wees naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM) die bepaalde tarieven op zou leggen, het bestuurscollege naar de ACM en de Nederlandse ministeries die niet genoeg subsidie zouden hebben verstrekt om prijsstijgingen te temperen en de ACM uiteindelijk wees in een inderhaast bijeengroepen persconferentie naar het WEB, het bestuurscollege en de Nederlandse ministeries als de hoofdrolsspelers in het zich ontluikende drama.

Het bestuurscollege, dat meestal toch al geen schoonheidsprijs verdient voor haar wijze van opereren, maakte het wel heel erg bond. Werd op woensdag nog een brief verstuurd om wereldkundig te maken dat zij had ingestemd met de door WEB voorgestelde prijzen; op donderdag stuurde zij een brief na om te melden dat er “fouten waren binnengeslopen in de onderlinge communciatie” en dat zij de prijzen juist helemaal niet had goedgekeurd.

Het WEB publiceerde, na een tweetal eerder varianten van de niewe prijzen nu een derde variant, namelijk de ‘tijdelijke prijzen voor de maand april’. Wat er na april gaat gebeuren is nog de grote vraag. Blijkbaar hebben de partijen de ijdele hoop dat men de Nederlandse ministeries alsnog weet te overtuigen van het toekenen van hogere subsidie om prijsstijgingen helemaal teniet te doen.

De burgers zijn, na al dit gekrakeel en alle kwinkslagen, het spoor in elk geval bijster. Zo men in eerste instantie wel begrepen had dat water en stroom vanaf 1 april in elk geval duurder zouden worden, weet nu echt niemand meer waar hij aan toe is.

Eén ding wat opviel in het hele gebeuren was het totale gebrek aan centrale regie. Het BC haalde -opgejaagd door de oppositie- steeds haar rol als lokale overheid en haar rol als aandeelhouder van het WEB door elkaar, het ACM gedroeg zich enigzins stoïcijns als de neutrale buitenstaander die slechts op professionele gronden de best bedoelde aanbevelingen deed, terwijl Nederland zich beperkte tot het toekennen van een gedeeltelijke -en naar de mening van velen- te lage subsidie. Maar niemand die een centrale, coordinerende rol speelde waardoor kon worden voorkomen dat er een totale kakafonie ontstond die leidde tot totale verwarring bij de consument en dus de burgers, waar het uiteindelijk allemaal om draait.

Dat roept, opnieuw, vragen op over de manier waarop de zaken worden geregeld en aangestuurd op de drie BES-eilanden. Want wie zou die coordinerende rol moeten spelen? Het roept ook weer vragen op over de precieze rol van de Rijksvertegenwoordiger in alles wat met het bestuur van de BES-eilanden -en de rol van Nederland daarin- te maken heeft.

Van de week zag ik op internet verschillende onderzoeken voorbij komen waarin werd vastgesteld in welk land de burgers het meest gelukkig zijn en welke steden worden beschouwd als het meest leefbaar, met name door de mate waarin (publieke) zaken er op orde zijn voor de burgers.

Ik vroeg me daarbij af hoe het eigenlijk zit met het geluksgevoel van de burgers op Bonaire, St. Eustatius en Saba na een periode van 7 jaar BES-inwonerschap. Zijn we nu met zijn allen gelukkiger geworden? Of juist ongelukkiger? Misschien een idee daar nog eens nader onderzoek naar te doen.

Maar bovenal staat als een paal boven water dat dit NIET de manier is waarop zaken moeten worden geregeld en tot stand moeten komen.
Zaken als onderhavige zouden door alle betrokken partijen, vóóraf, met centrale regie moeten worden uitgesproken, uitonderhandeld en vastgesteld ALVORENS de wereld in te worden geslingerd, om te voorkomen dat de burgers confuus -en op den duur murwgeslagen- achterblijven.

Er is misschien niet eens één hoofdschuldige in het zich nog ontwikkelend schouwspel aan te wijzen. Maar wellicht zouden de partijen, inclusief politiek Den Haag, zich eens moeten buigen over hoe dit anders kan -sterker nog- anders moet. Voor alle betrokken partijen is er nu sprake van imagoschade, zonder dat het ook maar heeft geleid tot één positief puntje voor de bevolking. Het uitstel van de invoering van reëele tarieven door het WEB -hoger of niet- betekent uitstel en geenszins afstel. Wat over de maand april (ten onrechte) niet wordt geïnd, zal op een later tijdstip alsnog goed moeten worden gemaakt. Daardoor kan het tot zover bereikte resultaat helaas niet anders worden omschreven dan als een dikke sigaar uit eigen doos.

Deel dit artikel