Geschiedenis

Het Bonaire van: 1965

MS Antillia

De M.S. Antilia onderhield jarenlang de verbinding tussen Curaçao, Bonaire en de Bovenwinden.

Door Harald Linkels

Rocargo

Bonaire heeft, zeker sinds het verkrijgen van de nieuwe status per 10/10/10, een sterke ontwikkeling meegemaakt. Toch was Bonaire decennialang een erg rustig -zo niet bijna slaperig- eiland, dat slechts met kleinst mogelijke stapjes enige vooruitgang boekte. Niet alleen kende Bonaire soms jarenlang nauwelijks bevolkingsaanwas; op verschillende momenten was er zelfs sprake van een achteruitgang in aantal inwoners.

Middels de serie “Het Bonaire Van…” kijkt de auteur met een sprong van telkens vijf jaren naar de ontwikkeling van Bonaire over een periode van 20 jaar, namelijk van het jaar 1965 tot en met het jaar 1985.

Algemene wetenswaardigheden
1965 was het jaar waarin de Gouverneur Debrotweg voor het eerst een naam kreeg. Daarnaast veranderden de Koraalsteeg, de Zeestraat en de Zeemansstraat in respectievelijk de Arubastraat, de Bonairestraat en de Bovenwindenstraat. In 1965 werd er -anno 2017 nauwelijks voorstelbaar- over het gehele jaar geen enkele geval van verdovende middelengebruik geconstateerd op het eiland. Wel werden in dat jaar in totaal 91 mensen ingesloten wegens “ontnuchtering”, nadat zij te diep in het glaasje hadden gekeken. De politie zag met lede ogen aan dat haar voornemen om prostituees op het eiland te registreren en een medische keuring te laten ondergaan mislukten, omdat Landsverordeningen die zo’n registratie en keuring nodig maakten, alleen van toepassing bleken op zustereilanden Curaçao en Aruba, maar niet op de overige eilanden van de Antillen van 6. Het ziekenhuis, nog op de oude locatie aan wat vandaag de Kaya L.D. Gerharts is, had een totaal van 70 bedden ter beschikking, waarvoor 18 beschikbaar waren voor wat toen de ‘ouden van dagen’ werden genoemd. Er was in het jaar 1965 in totaal 427 personenauto’s op het eiland.

Nummerplaat 1965

Een nummerplaat uit 1965 laat zien dat “Divers Paradise” nog niet op de nummerplaten werd vermeld.

Bevolking
De bevolking van Bonaire bestond op 31 december 1965 uit een totaal van 6.908 personen, waarvan 3.662 vrouwen en 3.246 mannen. De bevolking was in vergelijking met het jaar daarvoor aardig gegroeid, namelijk met 4%. De bevolking was redelijk trouwlustig, want in totaal werden er 47 huwelijken gesloten, terwijl er 3 maar echtscheidingen werden uitgesproken.

Bestuur en organisatie van het Eilandgebied Bonaire (EGB)
In 1965 zwaaide gezaghebber Elias Morcos de scepter over het lokale eilandsbestuur. Er waren in die tijd twee gedeputeerden, namelijk Francisco ‘Broertje’ Janga en Raymundo Saleh. De laatste zou later zelf ook benoemd worden als gezaghebber van het Eilandgebied Bonaire, terwijl Janga later jarenlang leider zou zijn van de Partido Obrero Boneriano (POB). Ook was Bonaire in die tijd nog vertegenwoordigd in het parlement (de Staten) van de Nederlandse Antillen. Het statenlid voor Bonaire was in 1965 de heer Toon Abraham, broer van de bekende oud-politicus Jopie Abraham en oom van het huidige lid van de Partido Democratico Boneriano (PDB), Clark Abraham.

In die jaren was men blijkbaar nog niet zo happig op vergaderingen van de eilandsraad: er werden in 1965 slechts 3 openbare eilandsraadsvergaderingen gehouden; twee minder dan het jaar ervoor. De partijen die in de eilandsraad vertegenwoordigd waren, waren de Partido Democratico Boneriano (PDB), de Partido Progresivo Boneriano Uni (PPBU) en de arbeiderspartij, P.v.d.A. Er waren in 1965, net nog als ook nu nog het geval is, in totaal 9 eilandsraadsleden. De PDB was, met 6 van de 9 zetels, ruim de grootste partij. De PPBU had er 2 en de P.v.d.A. had maar 1 zetel.

Het Eilandgebied had in 1965 in totaal maar 48 medewerkers in dienst, waarvan het grootste deel (18) werkzaam was bij het Bestuurskantoor te Playa. Naast de medewerkers in dienst van het Eilandgebied, was er ook een vrij grote groep overheidsemployees in dienst van het land Nederlandse Antillen. Het vinden van personeel was niet moeilijk. Vacatures werden vrij snel vervuld. Enige problemen gaf wel het vertrek van de enige tandarts op het eiland in de loop van 1964. In de loop van 1965 werd daarom maar besloten een lokale tandheelkundige aan te stellen. De betrokken tandheelkundige was Felipe Chirino, was de vader van de huidige tandarts Percy Chirino.

Economische ontwikkeling
Als het ging om de lokale economie, dan gebeurde er in 1965 nog niet heel veel spannends. In totaal had het Eilandgebied een kleine 5,16 miljoen Antilliaanse guldens ($2.9 miljoen) aan uitgaven, terwijl de inkomsten net 15.000 gulden (zo’n 8.400 dollar) hoger waren. Bonaire had in 1965 last van wat werd genoemd de “stagnatie van de economie op onze zustereilanden”. De uitbreiding van het Hotel Bonaire (het latere Sunset Beach), de oprichting van Trans World Radio (TWR) en kledingfabriek Cambes Textiles N.V, gevestigd in het gebouw van het huidige Super Store, zorgde wel voor wat nieuwe werkgelegenheid op het eiland. Er werkten in totaal zo’n 100 mensen in de hotelindustrie, hetgeen door de overheid van die dagen werd gezien als een succes. Een tegenvaller was de afname van de uitvoer van aloëhars, die met een waarde van zo’n 21.000 dollar; bijna een halvering van het jaar ervoor. Volgens de overheid werd dit vooral veroorzaakt door het feit dat de eigenaar van de Slagbaai plantage nog niet had geoogst. Er vonden in die jaren toch nog altijd zo’n 75 personen emplooi in de aloë industrie. Verder werd er voor ruim 33.000 dollar aan schapen en geiten geëxporteerd en voor zo’n 3.500 dollar aan vis. In zowel 1964 als in 1965 werden onderhandelingen gevoerd over de opzet van een zout-winnende industrie op het eiland. De verwachting was dat daarin zo’n 30 Bonairianen werk zouden kunnen vinden.

staat van uitvoer 1965 landscape

Middels de ‘staat van de uitvoer’ werd bijgehouden wat werd geëxporteerd. In de jaren zestig waren dat zaken als houtskool, geiten en aloe-hars. De export van kleding, geproduceerd door Cambes, ging echter een steeds belangrijker rol innnemen. Foto: Harald Linkels

De stroomvoorziening op het eiland werd verzorgd door de Overzeese Gas- en Electriciteitsmaatschappij (OGEM), die kantoor hield in het gebouw aan de Kaya L.D. Gerharts waar nu de Exito Bakkerij is gevestigd. De OGEM-centrale had een capaciteit van zo’n 625 Kva.

Ouderdomspensioen
Op Bonaire bedroeg na invoering van de Landsverordening Algemene Ouderdoms Voorziening (AOV), het ouderdomspensioen 42 gulden voor een ongehuwde en maar liefst 69 gulden voor een gehuwde. In totaal ging het om 546 pensioengerechtigden die de leeftijd van 60 of ouder hadden.

Toerisme en vervoer
Een totaal van 5.887 toeristen bezocht het eiland in 1965. De gemiddelde verblijfsduur van de toeristen van 3.5 dagen. Van de toeristen die het eiland bezochten was 49% Amerikaans, 40% Nederlands, 3,3% Venezolaans, 1,3% Colombiaans en 6,4% van andere, niet nader genoemde nationaliteit. Het jaar 1965 was het eerste jaar waarin er meer Amerikanen dan Nederlanders het eiland aandeden. Het gemiddelde tarief voor een hotelkamer lag rond de 31 dollar per dag, maar was wel inclusief 2 maaltijden. In het geval van 3 maaltijden die waren inbegrepen, bedroeg het tarief gemiddeld 33 dollar. Dat leek toch niet genoeg, aangezien de overheid met zorg opmerkte dat beide hotels van enige omvang op het eiland (Hotel Zeebad en Hotel Bonaire), flink achterliepen met het afdragen van commissie aan de reisagenten via welke de toeristen hun verblijf boekte.

De lengte van landingsbaan op de luchthaven bedroeg in 1965 nog maar 1430 meter, terwijl de baan 25 meter breed was. Het vliegveldgebouw, wat toen nog gevestigd was naast de huidige “nieuwe” terminal, en de baanverlichting werden in dat jaar aangesloten op het normale lichtnet. Er werd een totaal van 676 landingen uitgevoerd door de Antilliaanse Luchtvaartmaatschappij (ALM). Daarnaast werd er 554 op de luchthaven geland met een sportvliegtuig. De overheid maakte ook in 1965 al melding van de wens om met grotere toestellen rechtstreekse charters uit te voeren tussen bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Bonaire, maar dat zou voorlopig nog toekomstmuziek blijken. De luchthaven ontving over 1965 een totaal van 20.344 Antillaanse Gulden ($11.365) aan landingsgelden.

Scheepvaart was in die jaren nog vrij belangrijk; zowel als het ging om vracht als om passagiers. In 1965 arriveerden er in totaal 3.305 passagiers per schip, terwijl er 3.694 over de zee vertrokken. De verbinding tussen Europa en Nederland werd onderhouden door schepen van de K.N.S.M, teerwijl schepen van Atlantic Lines de verbinding van Bonaire met de Oostkust van de Verenigde Staten onderhielden, in combinatie met Jamaica, Trinidad en Suriname.

Een reguliere verbinden met de andere eilanden werd onderhouden door de M.S. Antilia, dat op weg naar de Bovenwinden ook Bonaire aandeed. De steiger werd gekozen als aanlegplaats voor de Venezolaanse barkjes. De overheid merkte op dat de pier in de haven van Kralendijk (het ging toen nog om 1 pier), in totaal 67 meter lang was en bovendien een diepgang kende van 25 meter, vlak aan de kust. De pier was daarmee geschikt was om schepen zoals de Maasdam, Rijndam en Rotterdam te ontvangen. De overheid merkte tot haar spijt ook op dat het daar nog niet van was gekomen.

Onderwijs
Bonaire kende in 1965 zowel een openbare als verschillende bijzondere lagere scholen. De Openbare School was, net als heden ten dage, de Beatrixschool, die toen nog in de oude Brion kazerne was gevestigd, op de plek waar nu de gevangenis is gevestigd. De meeste lagere scholen kenden nog een strikte scheiding tussen de jongens en de meisjes. Zo was de Sint Bernadusschool tegenover de Katholieke kerk van Playa een ‘meisjesschool’ en de St. Dominicusschool, even verderop naast het oude Fratershuis gelegen, een ‘jongensschool’. De Loduvicusschool te Rincon kende wel een gemengd leerlingenbestand. De Stanislausschool in Rincon, bestond echter wel weer enkel uit jongens.

Leerlingen die doorstroomden naar het voorgezet onderwijs kwamen terecht op de Lourdesmulo, op de plek van de tegenwoordige Scholengemeenschap Bonaire. In 1965 behaalden slechts 15 kandidaten hun Mulo-diploma, na het met goed gevolg afleggen van het mondelinge examens. Slechts 4 kandidaten besluiten de HBS-opleiding op Curaçao te gaan volgen.
Naast de Lourdes-Mulo, is een ander belangrijk instituut de Lagere Technische School (LTS) gelegen aan de J.A. Abrahamboulevard, in het gebouw waar tegenwoordig de afdeling Financiën van het Openbaar Lichaam Bonaire gevestigd is. Leerlingen konden er de opleidingen machine-bankwerken, praktijk bankwerken, timmeren en praktijk-timmeren volgen. Volgens informatie van het toenmalige Eilandgebied, lagen de praktijk-varianten niet op het niveau van en Lager Beroepsvormend Onderwijs, doch moesten deze meer worden gezien als eenvoudig technisch onderwijs. Er waren in 1965 101 leerlingen, terwijl er, inclusief directeur Holten, in totaal 6 leraren waren.

Deel dit artikel

Rocargo

Rocargo

Rocargo

Rocargo